ECLI:NL:RBDHA:2026:18164
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. Paffen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Roemenië
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van 18 juni 2026 waarin de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Dit besluit is het bestreden besluit.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in het hoofdberoep (zaaknummer NL26.34123), is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.J. Paffen en griffier A.S. Hamans, en is zonder zitting genomen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep reeds is beslist.