ECLI:NL:RBDHA:2026:18168
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor voortzetting arbeid tijdens bezwaarprocedure GVVA-afwijzing
Verzoeker, van Indiase nationaliteit, had een aanvraag tot verlenging van zijn gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 18 december 2025 werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening om gedurende de bezwaarprocedure te mogen blijven werken.
De voorzieningenrechter baseerde zijn beslissing op artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat voorziet in het treffen van voorlopige voorzieningen bij spoedeisend belang. De minister verzette zich niet tegen het verzoek, waardoor er geen beletselen waren om het verzoek toe te wijzen.
De voorzieningenrechter bepaalde dat verzoeker gedurende de bezwaarprocedure mocht blijven werken voor zijn werkgever. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 934,-. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, aangezien hoger beroep of verzet niet openstaat.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, verzoeker mag tijdens bezwaarprocedure blijven werken.