ECLI:NL:RBDHA:2026:18169
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening verlenging gecombineerde vergunning verblijf en arbeid
Verzoeker heeft bij de minister een aanvraag ingediend tot verlenging van zijn gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA). De minister wees dit primaire besluit op 5 december 2025 af. Verzoeker maakte bezwaar, maar dit bezwaar werd op 17 april 2026 ongegrond verklaard. Hiertegen stelde verzoeker beroep in en vroeg een voorlopige voorziening om zijn werkzaamheden te mogen voortzetten tijdens de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter vroeg de minister om een reactie op het verzoek, maar deze bleef uit. Bij de belangenafweging weegt het belang van verzoeker zwaar, omdat hij zonder werk komt te zitten, wat leidt tot psychische spanning en verlies van sociaal netwerk en structuur. De minister maakte zijn belangen niet kenbaar, waardoor de afweging in het voordeel van verzoeker uitvalt.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe, schorst de vertrekplicht en bepaalt dat verzoeker mag blijven werken gedurende de beroepsprocedure. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, de vertrekplicht wordt opgeschort en verzoeker mag blijven werken gedurende de beroepsprocedure.