ECLI:NL:RBDHA:2026:18183
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging overdrachtstermijn in Dublinprocedure bij strafrechtelijke detentie
Eiser, van Tunesische nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland op 5 september 2025. De minister besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Bulgarije verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De minister verlengde de overdrachtstermijn tot twaalf maanden vanwege de strafrechtelijke detentie van eiser.
Eiser stelde dat de minister de termijn ten onrechte opnieuw verlengde, omdat deze al eerder was verlengd en de Dublinverordening slechts een maximale verlenging van één jaar toestaat. De rechtbank oordeelde dat het overgangsrecht van de nieuwe Asiel- en Migratiebeheerverordening (AMBV) van toepassing is en dat de verlenging beoordeeld moet worden op basis van de AMBV.
De rechtbank stelde vast dat de overdrachtstermijn pas ingaat na een definitieve beslissing op het beroep tegen het overdrachtsbesluit, en dat de voorlopige voorziening die eiser kreeg de termijn opschortte. Hierdoor was de eerdere verlenging niet effectief. De minister mocht de termijn daarom opnieuw verlengen tot twaalf maanden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de verlenging van de overdrachtstermijn tot twaalf maanden.