Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.DUTCHFIETS B.V. te Amersfoort,
2.
IGUS GMBHte Keulen (Duitsland),
1.[gedaagde sub 1] B.V. te [plaats 1] ,
2.
[gedaagde sub 2]te [plaats 1] ,
3.
[gedaagde sub 3] B.V.te [plaats 1] ,
4.
[gedaagde sub 4]te [plaats 1] ,
5.
[gedaagde sub 5] B.V.te [plaats 2] ,
6.
[gedaagde sub 6] B.V.te [plaats 2] ,
7.
[gedaagde sub 7] B.V.te [plaats 1] ,
8.
[gedaagde sub 8]te [plaats 1] ,
1.De procedure
2.De feiten
IP-Agreement’ (hierna: de Overeenkomst) geregeld. Partijen bij de overeenkomst zijn Igus, Dutchfiets (in de Overeenkomst aangeduid als ‘DF’), [naam] , [de broers] en hun holdingvennootschappen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] . De Overeenkomst bepaalt, voor zover relevant, als volgt:
Preamble
2.IP-Ownership
Rotational molding device and a method for molding objects’).
3.Het geschil
€ 25.000 de prototypes van de rotatiegietmachine die onder de naam [gedaagde sub 5] door [gedaagden] c.s. wordt aangeboden aan Igus dan wel Dutchfiets af te geven;
€ 25.000 de gegevens omtrent de ontwikkeling, de productie en de exploitatie van de rotatiegietmachine die onder de naam [gedaagde sub 5] door [gedaagden] c.s. wordt aangeboden aan Dutchfiets dan wel Igus af te geven;
4.De beoordeling
any Intellectual Property Rights owned or controlled by DF and/or Mr. [gedaagde sub 2] and [gedaagde sub 4] and/or the Holding Companies in existence prior to the start of the MPB-Project.” Uit deze bepaling blijkt dus dat deze definitie betrekking heeft op alle IE-rechten van Dutchfiets, [de broers] en hun holdingvennootschappen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] die bestonden voorafgaand aan de start van het “MPB-Project”. De definitie van “MPB-Project” stelt met zoveel woorden dat het project de gezamenlijke ontwikkeling betreft van het prototype van een fiets volgens de specificaties van de bij de Overeenkomst behorende Annex 1. Naar het oordeel van de rechtbank hebben partijen met ‘de start van het MPB-Project’ bedoeld het moment waarop de samenwerking met [naam] in Dutchfiets is begonnen, namelijk in juni 2020 toen [naam] 30% van het aandelenkapitaal in Dutchfiets overnam (zie 2.8 hiervoor). Vanaf dat moment zijn partijen immers gezamenlijk gaan werken aan de ontwikkeling van het prototype van de fiets. De uitleg die Dutchfiets c.s. aan deze woorden geven, namelijk dat met ‘de start van het MPB-Project’ bedoeld is het moment waarop Igus de aandelen in Dutchfiets kocht, te weten op de datum van de Overeenkomst (26 juni 2023), acht de rechtbank niet logisch. Zij licht dit als volgt toe.
any Intellectual Property Rights conceived or developed jointly by the Parties or solely by DF and/or Mr. [gedaagde sub 2] and/or [gedaagde sub 4] and/or the Holding-Companies in connection with the MPB-Project relating to bicycle components for relative motion in propulsion or braking, such as wheel bearings, pedal crank bearings, steering head bearings and brake parts.” Naar het oordeel van de rechtbank vallen hieronder niet de IE-rechten met betrekking tot rotatiegietmachines, zodat Igus daarvan geen eigenaar is geworden op grond van artikel 2.1 van de Overeenkomst. De definitie van “MPB-IP” heeft immers enkel betrekking op IE-rechten ten aanzien van specifieke fietsonderdelen. Dit blijkt uit de verwijzing in de definitie naar het MPB-Project (volgens die definitie: de gezamenlijk ontwikkeling van het prototype van een fiets volgens de specificaties van Annex I) en de in de “MPB-IP”-definitie genoemde specifieke fietsonderdelen, te weten fietsonderdelen die zorgen voor relatieve beweging bij het aandrijven of remmen, zoals wiellagers, pedalenkruklager, stuurkoplagers en remonderdelen.
to allow IGUS to produce and sell the plastic motion parts” (considerans, zie 2.10 hiervoor) en om een fiets “
in-house” te bouwen en te produceren (Annex I, zie 2.11.hiervoor). Anders dan Dutchfiets c.s. hebben betoogd, kan de rechtbank uit dergelijke bewoordingen niet afleiden dat partijen bedoeld hebben om de definities van “MPB-IP” en “Bicycle-IP” zodanig op te rekken althans uit te breiden dat ook de IE-rechten op machines waarmee de fiets(onderdelen) worden gemaakt hieronder vallen. Daarbij acht de rechtbank het volgende van belang. Ten eerste omschrijven voornoemde definities heel specifiek de fietsonderdelen waarop ze betrekking hebben. Het Engelse woord voor rotatiegietmachine (‘
rotational moulding machine’) komt daarin niet voor. Ook overigens is in de Overeenkomst en bijlage niet verwezen naar een rotatiegietmachine althans een machine waarmee fietsonderdelen worden gemaakt. Ten tweede valt voor de rechtbank niet in te zien dat een verwijzing in de Overeenkomst naar de (in-house) productie van een fiets/fietsonderdelen automatisch ook betekent de productie van machines waarmee die fiets(onderdelen) worden gemaakt. Tussen partijen is immers onbetwist dat rotatiegietmachines ten tijde van het sluiten van de Overeenkomst al bestonden, zodat de (in-house) productie van een fiets/fietsonderdelen ook kon worden bewerkstelligd zonder de productie van een dergelijk soort machine.