ECLI:NL:RBDHA:2026:18188

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
C/09/687135
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 ROWArt. 11 ROWArt. 12 ROWArt. 5:2 BWArt. 150 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen tot overdracht octrooi en afgifte prototypes rotatiegietmachine

Dutchfiets c.s. vordert dat [gedaagde sub 1] het octrooi op een rotatiegietmachine overdraagt en dat [gedaagden] c.s. prototypes en gegevens van deze machine afgeven. Dutchfiets stelt dat de machine een doorontwikkeling is van een door hen ontwikkelde machine en dat de intellectuele eigendomsrechten (IE-rechten) op grond van een overeenkomst aan hen toekomen.

De rechtbank stelt vast dat Dutchfiets onvoldoende heeft onderbouwd dat zij de rotatiegietmachine heeft ontwikkeld. [gedaagden] c.s. heeft gemotiveerd betwist dat Dutchfiets zich met de ontwikkeling bezighield en heeft bewijs geleverd dat de ontwikkeling voor rekening en risico van [gedaagde sub 1] plaatsvond. Dutchfiets heeft haar stelplicht niet voldoende vervuld.

Verder oordeelt de rechtbank dat de IE-rechten op de rotatiegietmachine niet onder de definities van de Overeenkomst vallen die IE-rechten aan Dutchfiets of Igus toekennen. De machine valt niet onder de fietsonderdelen die in de overeenkomst zijn omschreven. Ook is geen aparte regeling getroffen voor deze IE-rechten. Daarom bestaat geen verplichting tot overdracht van het octrooi of afgifte van prototypes en gegevens.

De vorderingen worden afgewezen en Dutchfiets c.s. wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot overdracht van het octrooi en afgifte van prototypes af en veroordeelt Dutchfiets c.s. in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
Zaaknummer: C/09/687135 / HA ZA 25-545
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van

1.DUTCHFIETS B.V. te Amersfoort,

hierna: Dutchfiets,
2.
IGUS GMBHte Keulen (Duitsland),
hierna: Igus,
eisers,
hierna samen te noemen: Dutchfiets c.s. (vrouwelijk enkelvoud),
advocaat: mr. B. Sujecki,
tegen

1.[gedaagde sub 1] B.V. te [plaats 1] ,

hierna: [gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2]te [plaats 1] ,
3.
[gedaagde sub 3] B.V.te [plaats 1] ,
hierna: [gedaagde sub 3] ,
4.
[gedaagde sub 4]te [plaats 1] ,
5.
[gedaagde sub 5] B.V.te [plaats 2] ,
hierna: [gedaagde sub 5] ,
6.
[gedaagde sub 6] B.V.te [plaats 2] ,
hierna: [gedaagde sub 6] ,
7.
[gedaagde sub 7] B.V.te [plaats 1] ,
hierna: [gedaagde sub 7] ,
8.
[gedaagde sub 8]te [plaats 1] ,
hierna: [gedaagde sub 8] ,
gedaagden,
hierna samen te noemen: [gedaagden] c.s. (mannelijk enkelvoud),
advocaat: mr. J.A.M. Jonkhout.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- het vonnis in het bevoegdheidsincident van 22 oktober 2025 en de daarin genoemde stukken;
- de conclusie van antwoord van [gedaagden] c.s. van 3 december 2025 met producties GP1 tot en met GP13;
- de conclusie van repliek van Dutchfiets c.s. van 28 januari 2026 (tevens inhoudende een eiswijziging) met producties EP43 tot en met EP47;
- de conclusie van dupliek van [gedaagden] c.s. van 11 maart 2026 met producties GP14 tot en met GP18;
- de akte overlegging producties van Dutchfiets c.s. met producties EP48 tot en met EP56;
- de door Dutchfiets c.s. overgelegde pleitnotities.
1.2.
Op 19 mei 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.

2.De feiten

Partijen
2.1.
Igus is een Duitse onderneming in de productie van hoogwaardige polymeren voor beweging. Zij ontwikkelt en produceert producten gemaakt van smeermiddelvrije kunststoffen. De heer [naam] (hierna: [naam] ) is aandeelhouder en medebestuurder van Igus.
2.2.
Dutchfiets is een Nederlandse onderneming die zich bezighoudt met de productie van circulaire fietsen, gemaakt van gerecycled en recyclebaar kunststof. Dutchfiets is door de broers [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] (hierna samen ook: [de broers] ) rond 2015 opgericht. Rond 2016 is met financiering via crowdfunding het eerste prototype van deze duurzame fiets ontwikkeld en geproduceerd.
2.3.
[gedaagde sub 1] is de holdingvennootschap van [gedaagde sub 2] . [gedaagde sub 2] is enig aandeelhouder en bestuurder van [gedaagde sub 1] . [gedaagde sub 1] was oorspronkelijk aandeelhouder en bestuurder van Dutchfiets.
2.4.
[gedaagde sub 3] is de holdingvennootschap van [gedaagde sub 4] . [gedaagde sub 4] is enig aandeelhouder en bestuurder van [gedaagde sub 3] . Ook [gedaagde sub 3] was oorspronkelijk aandeelhouder en bestuurder van Dutchfiets.
2.5.
[gedaagde sub 8] is sinds mei 2022 verbonden aan Dutchfiets. Hij heeft als zzp’er opdrachten voor Dutchfiets uitgevoerd en was vanaf 1 juni 2024 in loondienst. In zijn functie als ingenieur heeft hij meegewerkt aan de ontwikkeling en productie van de duurzame fiets van Dutchfiets.
2.6.
[gedaagde sub 7] is de holdingvennootschap van [gedaagde sub 8] . [gedaagde sub 8] is enig aandeelhouder en bestuurder van [gedaagde sub 7] .
2.7.
[gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 7] zijn samen aandeelhouders en bestuurder van [gedaagde sub 5] en [gedaagde sub 6] .
[naam] neemt aandelen in Dutchfiets
2.8.
In juni 2020 heeft [naam] op persoonlijke titel 30% van het aandelenkapitaal in Dutchfiets overgenomen voor een bedrag van € 300.000. Dit bedrag werd gebruikt om oude investeerders uit te kopen en voor de ontwikkeling van een nieuw frame voor de duurzame fiets en marketingactiviteiten.
Igus koopt 80% van de aandelen in Dutchfiets
2.9.
Op 26 juni 2023 hebben de toenmalige aandeelhouders in Dutchfiets ( [naam] , [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] ) 80% van de aandelen in Dutchfiets aan Igus overgedragen. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] hielden ieder 10% van de aandelen in Dutchfiets. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] bleven bestuurders van Dutchfiets.
2.10.
De afspraken ter zake van de aandelenkoop zijn neergelegd in een aandelenkoopovereenkomst. De verdeling van de intellectuele eigendomsrechten is in een separate overeenkomst met de titel ‘
IP-Agreement’ (hierna: de Overeenkomst) geregeld. Partijen bij de overeenkomst zijn Igus, Dutchfiets (in de Overeenkomst aangeduid als ‘DF’), [naam] , [de broers] en hun holdingvennootschappen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] . De Overeenkomst bepaalt, voor zover relevant, als volgt:

Preamble
(…)
The aim of this agreement is to, shortly summarized, provide Intellectual Property Rights to IGUS and DF to:
1. allow IGUS to produce and sell the plastic motion parts developed by Johannes and/or [gedaagde sub 4] and/or their Holding Companies and/or DF and further developed by them together with IGUS as well as to produce and sell the igus-bike.
2. allow DF to produce and sell the entire bicycle developed under the MPB Project.
Definitions
Holding Companiesshall mean the [gedaagde sub 1] BV and the [gedaagde sub 3] BV.
(…)
MPB Projectshall mean the joint development of a prototype of a bicycle, the specifications of which are set out in Annex 1 attached hereto and declared to be an integral part of this Agreement.
Intellectual Property Rightsshall mean any and all intellectual property and industrial protection rights, as patents, utility models, designs; further any inventions, copyrights, works of authorship, database and software rights, trade secrets, know-how and all other proprietary or confidential information.
(…)
DF/BAAS-IPshall mean any Intellectual Property Rights owned or controlled by DF and/or Mr. [gedaagde sub 2] and [gedaagde sub 4] and/or the Holding Companies in existence prior to the start of the MPB-Project.
MPB-IPshall mean any Intellectual Property Rights conceived or developed jointly by the Parties or solely by DF and/or Mr. [gedaagde sub 2] and/or [gedaagde sub 4] and/or the Holding-Companies in connection with the MPB-Project relating to bicycle components for relative motion in propulsion or braking, such as wheel bearings, pedal crank bearings, steering head bearings and brake parts. Explicitly excluded from the MPB-IP is the Bicycle-IP.
Bicycle-IPshall mean any Intellectual Property Rights conceived or developed jointly by the Parties or solely by DF and/or Mr. [gedaagde sub 2] and/or [gedaagde sub 4] and/or their Holding-Companies in connection with the MPB-Project relating to the following structural components of a bicycle: bicycle frame, bicycle wheel, bicycle fork, bicycle handlebar and bicycle saddle. Explicitly excluded from the Bicycle-IP is the MPB-IP. The brand “mtrl” is part of the Bicycle-IP.
(…)

2.IP-Ownership

2.1.
The parties agree that IGUS shall become the sole owner of any MPB- IP.
The parties agree that DF shall become the sole owner of any Bicycle- IP.
2.2.
Each party will make all declarations and perform all acts necessary for a corresponding transfer of all corresponding rights under paragraph 2.1. to IGUS.
2.3.
DF, [gedaagde sub 2] and [gedaagde sub 4] shall ensure that all MPB-IP that may be established by any third party working for the MPB-Project can also be properly transferred to IGUS.
2.4.
DF shall be the sole owner of any DF/BAAS-IP. [gedaagde sub 2] and [gedaagde sub 4] herewith transfer any own DF/BAAS- IP to DF as the sole owner free of charge and - if necessary - will make all declarations and perform all acts necessary for a corresponding transfer. This also applies to MPB-IP held by the Holding Companies of [gedaagde sub 2] and [gedaagde sub 4] . DF will take care for a sufficient protection.
2.5.
Related to the creation of any Intellectual Property Rights that do not fall within the definition of the MPB-IP or the DF-IP or the Bicycle-IP, the parties shall make a separate arrangement regarding ownership and the possibilities of use, taking into account their respectively provided creative contributions.”
2.11.
Als bijlage bij de Overeenkomst is een ‘Annex 1’ opgenomen. Deze bijlage bevat een nadere omschrijving van het MPB-Project (zoals gedefinieerd in de Overeenkomst). Deze bijlage bepaalt onder meer als volgt:
“Objective: A completely rust-free bicycle, never needs a drop of oil or grease, (maybe never needs to pump a tire plastic content, and completely recyclable. With a local supply chain, produced and built in-house @ DutchFiets B.V. with igus as supplier for MP, and others suppliers close by (no C02 waste for transports from Asia.) This would bring complete bicycle manufacturing back to Europe and America.”
“The goal is to make a product that is producible / scalable / recyclable in-house. One goal is to reshore production to the location where the bicycle is sold without being dependent on an "overseas supplier". The main idea here is to take matters into our own hands by using as many (recycled) plastic parts as possible.”
Na de aandelenoverdracht aan Igus
2.12.
Op 26 september 2023, enkele maanden na de overdracht van de aandelen aan Igus, heeft [gedaagde sub 1] een aanvraag ingediend voor een Nederlands octrooi. Dit octrooi is op 1 april 2025 aan [gedaagde sub 1] verleend onder registratienummer NL B1 2035887 (hierna: het Octrooi). Het Octrooi heeft betrekking op een rotatiegietmachine en een methode voor het gieten van objecten (‘
Rotational molding device and a method for molding objects’).
2.13.
Op 7 september 2024 stuurt [gedaagde sub 2] een e-mail aan Igus met de mededeling dat hij in zijn vrije tijd aan een nieuwe rotatiegietmachine heeft gewerkt en dat hij dit project ‘ [gedaagde sub 5] ’ noemt. Met deze machine kon de productie van onderdelen voor de fiets worden opgeschaald, aldus [gedaagde sub 2] . Verder heeft hij aan Igus voorgesteld om deze nieuwe machine bij Igus te introduceren.
2.14.
Begin november 2024 werd de nieuwe rotatiegietmachine van [gedaagde sub 5] aan Igus gepresenteerd.
2.15.
Op 6 december 2024 heeft [gedaagde sub 2] offertes aan Igus gestuurd voor de koop van de rotatiegietmachines.
2.16.
Op 19 januari 2024 hebben [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 7] de vennootschappen [gedaagde sub 5] en [gedaagde sub 6] opgericht. [gedaagde sub 5] is de producent van de rotatiegietmachine. Deze machine wordt gebruikt voor het gieten van objecten, waarbij kunststof als gietmateriaal gebruikt wordt. De kunststof wordt in poedervorm gebruikt en vervolgens in een gewenste vorm of tot een gewenst object gesmolten. Daarmee kunnen plastic onderdelen worden geproduceerd, bijvoorbeeld voor een fiets. Ter illustratie dient onderstaande afbeelding uit de brochure van [gedaagde sub 5] :
Igus koopt de laatste 20% van de aandelen in Dutchfiets
2.17.
Meningsverschillen tussen partijen leidden tot beëindiging van de samenwerking. In maart 2025 heeft Igus de resterende aandelen van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] (elk 10%) in Dutchfiets overgenomen. Tevens traden [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] terug als bestuurders van Dutchfiets.

3.Het geschil

3.1.
Dutchfiets c.s. vordert – zakelijk weergegeven en na eiswijziging – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
[gedaagde sub 1] beveelt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100.000, het Octrooi om niet aan Dutchfiets en Igus over te dragen;
[gedaagden] c.s. beveelt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van
€ 25.000 de prototypes van de rotatiegietmachine die onder de naam [gedaagde sub 5] door [gedaagden] c.s. wordt aangeboden aan Igus dan wel Dutchfiets af te geven;
[gedaagden] c.s. beveelt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van
€ 25.000 de gegevens omtrent de ontwikkeling, de productie en de exploitatie van de rotatiegietmachine die onder de naam [gedaagde sub 5] door [gedaagden] c.s. wordt aangeboden aan Dutchfiets dan wel Igus af te geven;
[gedaagden] c.s. veroordeelt in de proceskosten.
3.2.
Dutchfiets c.s. legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat de rotatiegietmachine die door het Octrooi is beschermd en door [gedaagde sub 5] wordt geproduceerd een doorontwikkeling is van een rotatiegietmachine die [de broers] voor Dutchfiets hebben ontwikkeld. Op grond van de afspraken in de Overeenkomst waren [de broers] en hun holdingvennootschappen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] verplicht om alle intellectuele eigendomsrechten die voor de samenwerking met Igus zijn ontstaan aan Dutchfiets dan wel Igus over te dragen. Omdat het Octrooi is gebaseerd op een techniek die al voor de samenwerking is ontwikkeld, dient het Octrooi aan Dutchfiets dan wel Igus te worden overgedragen, primair op grond van de Overeenkomst en subsidiair op grond van artikel 78 ROW Pro [1] . Er is immers sprake van ontlening (artikel 11 ROW Pro) en de uitvinding waarvoor het Octrooi is verleend is gedaan door [de broers] althans hun holdingvennootschappen in het kader van hun dienstbetrekking bij Dutchfiets (artikel 12 ROW Pro). Voorts is het eigendomsrecht op de rotatiegietmachine van [gedaagde sub 5] , die een doorontwikkeling vormt van de voor Dutchfiets ontwikkelde machine, nimmer rechtsgeldig overgedragen aan [de broers] of aan enige andere partij. Dutchfiets is en blijft eigenaar van deze machine en van de onderdelen daarvan die zich in de [gedaagde sub 5] -machine bevinden. Op grond van artikel 5:2 BW Pro [2] is Dutchfiets gerechtigd tot revindicatie van deze zaak. Daarnaast biedt artikel 70 lid 7 ROW Pro Dutchfiets als octrooihouder de bevoegdheid om roerende zaken waarmee inbreuk op haar octrooirecht wordt gemaakt, als haar eigendom op te vorderen. Tot slot wenst Dutchfiets c.s. de afgifte van dan wel inzage in alle bescheiden die betrekking hebben op de ontwikkeling, de productie alsook de exploitatie van de rotatiegietmachine van [gedaagde sub 5] .
3.3.
[gedaagden] c.s. voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Dutchfiets c.s. in de proceskosten.
3.4.
[gedaagden] c.s. betwist dat Dutchfiets een rotatiegietmachine heeft ontwikkeld. Dutchfiets hield zich slechts bezig met het ontwerpen en ontwikkelen van fietsen en fietsonderdelen van kunststof. [de broers] hebben een (eerste versie van) een rotatiegietmachine ontwikkeld voor rekening en risico van [gedaagde sub 1] . Deze rotatiegietmachines vallen evenmin onder hetgeen is geregeld in de Overeenkomst. Deze Overeenkomst voorzag immers uitsluitend in een regeling ten aanzien van het ontwerpen en ontwikkelen van fietsen en fietsonderdelen van kunststof.
3.5.
Op de standpunten van partijen wordt hierna nader ingegaan, voor zover nodig voor de beoordeling.

4.De beoordeling

Bevoegdheid
4.1.
De rechtbank heeft in het vonnis in incident van 22 oktober 2025 vastgesteld dat zij bevoegd is om van de vorderingen van Dutchfiets c.s. kennis te nemen.
De vorderingen
4.2.
De vorderingen van Dutchfiets c.s. zijn gebaseerd op de stellingen dat (i) de rotatiegietmachine, althans een prototype daarvan, door Dutchfiets is ontwikkeld, waardoor zij eigenaar van de machines en houder van de daarop rustende intellectuele eigendomsrechten (hierna: IE-rechten) is en (ii) voor zover dat anders is, zij houder van die IE-rechten is geworden door een overdracht van die rechten op grond van de Overeenkomst.
4.3.
Omdat Dutchfiets c.s. zich beroept op de rechtsgevolgen van die stellingen, draagt zij op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro [3] de stelplicht en bewijslast daarvan.
Heeft Dutchfiets de rotatiegietmachine ontwikkeld?
4.4.
Aan de stelling dat Dutchfiets de rotatiegietmachine heeft ontwikkeld legt Dutchfiets c.s. ten grondslag dat de ontwikkeling en productie van de rotatiegietmachines altijd tot de werkzaamheden van Dutchfiets behoorde. Alleen Dutchfiets en later (na de aandelenoverdracht) ook Igus hebben daaraan een financiële bijdrage geleverd. Dat [de broers] in het kader van hun werkzaamheden bij Dutchfiets aan de ontwikkeling van rotatiegietmachines hebben gewerkt blijkt uit foto’s en e-mails, aldus Dutchfiets c.s.
4.5.
[gedaagden] c.s. hebben gemotiveerd betwist dat Dutchfiets de rotatiegietmachine heeft ontwikkeld. Dutchfiets hield zich alleen maar bezig met het ontwikkelen van fietsen en fietsonderdelen. Het rotatiegieten van fietsonderdelen werd door Dutchfiets in eerste instantie aan derde partijen uitbesteed. Op enig moment zijn [de broers] naast hun werkzaamheden voor Dutchfiets zelf een rotatiegietmachine gaan ontwikkelen. Dat gebeurde bewust niet onder de vlag en/of voor rekening en risico van Dutchfiets, maar voor rekening en risico van [gedaagde sub 1] . Dat deden zij in eerste instantie bij een bevriend bedrijf in Hengelo, en later vanuit een gehuurde ruimte in Woudenberg. De aanschaf van materialen voor de ontwikkeling van de rotatiegietmachine geschiedde steeds door [gedaagde sub 1] , zoals blijkt uit facturen die op naam staan van [gedaagde sub 1] en verklaringen van derden. Op enig moment heeft Dutchfiets vier (prototype) rotatiegietmachines van [gedaagde sub 1] gekocht, zodat Dutchfiets daarmee fietsen kon ontwikkelen. Dit verklaart de foto’s die zijn gemaakt. Behalve deze aanschaf hebben Dutchfiets c.s. geen kosten gemaakt voor de ontwikkeling van de rotatiegietmachine. De door haar genoemde kosten hebben enkel betrekking op kosten ter zake de ontwikkeling en productie van fietsonderdelen.
4.6.
De rechtbank oordeelt als volgt. [gedaagden] c.s. heeft de stelling van Dutchfiets c.s. dat Dutchfiets de rotatiegietmachine heeft ontwikkeld gemotiveerd betwist. Zo heeft [gedaagden] c.s. concrete feiten en omstandigheden naar voren gebracht die weerspreken dat Dutchfiets de rotatiemachine heeft ontwikkeld en dit standpunt ook onderbouwd met facturen, schriftelijke getuigenverklaringen en andere stukken. Tegenover deze gemotiveerde betwisting van [gedaagden] c.s. had het op de weg van Dutchfiets c.s. gelegen om haar stelling nader te onderbouwen. Dat heeft Dutchfiets c.s. echter niet (voldoende) gedaan. Zo heeft Dutchfiets c.s. onder meer onvoldoende duidelijk gemaakt dat de financiële bijdrage die Dutchfiets althans Igus zou hebben geleverd ook daadwerkelijk betrekking had op de ontwikkeling en productie van een rotatiegietmachine en niet, zoals [gedaagden] c.s. betoogt, op de ontwikkeling en productie van fietsonderdelen. Zodoende heeft Dutchfiets c.s. niet voldaan aan haar stelplicht. De rechtbank ziet in wat Dutchfiets c.s. heeft aangevoerd ook geen aanknopingspunten voor bewijslevering. Hierdoor is niet komen vast te staan dat de rotatiegietmachine is ontwikkeld door Dutchfiets, en daarmee ook niet dat de IE-rechten op (de eerste versies van) de rotatiegietmachine bij Dutchfiets rusten.
Zijn IE-rechten op de rotatiegietmachines overgedragen aan Dutchfiets althans Igus?
4.7.
Dutchfiets c.s. stelt verder dat, voor zover de IE-rechten op de rotatiegietmachines rustten bij een andere vennootschap dan Dutchfiets, zoals [gedaagde sub 1] , deze rechten op grond van de Overeenkomst aan Dutchfiets dan wel Igus zijn overgedragen. Dutchfiets c.s. baseert zich daarbij op de definities “DF/BAAS-IP”, “MPB-IP” en “Bicycle-IP”, waarvan de Overeenkomst (artikel 2.1 en 2.4) bepaalt dat de onder die definities vallende IE-rechten eigendom zijn van Dutchfiets dan wel Igus. [gedaagden] c.s. betwist dat IE-rechten op de rotatiegietmachine onderdeel uitmaken van de Overeenkomst.
4.8.
Partijen verschillen van mening over de uitleg van de Overeenkomst. Bij de uitleg van overeenkomsten geldt de maatstaf die volgt uit het Haviltex-arrest. [4] Die maatstaf houdt in dat het bij de uitleg van de overeenkomst niet alleen gaat om de taalkundige betekenis van de bepalingen van de overeenkomst, maar dat het ook aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden daaraan redelijkerwijs mochten toekennen en op hetgeen ze te dien aanzien over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Bij deze uitleg dient rekening te worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. Deze maatstaf blijft beslissend, ook bij een overeenkomst die, zoals in dit geval, is gesloten tussen commerciële partijen, die over de inhoud van de overeenkomst hebben onderhandeld. [5]
4.9.
De rechtbank oordeelt als volgt ten aanzien van de stelling van Dutchfiets c.s. dat de IE-rechten op de rotatiegietmachine vallen onder de definitie van “DF/BAAS-IP”. Artikel 2.4 van de Overeenkomst bepaalt dat de IE-rechten die vallen onder deze definitie eigendom zijn van Dutchfiets en dat [de broers] dergelijke IE-rechten aan Dutchfiets overdragen. De letterlijke tekst van deze definitie luidt als volgt: “
any Intellectual Property Rights owned or controlled by DF and/or Mr. [gedaagde sub 2] and [gedaagde sub 4] and/or the Holding Companies in existence prior to the start of the MPB-Project.” Uit deze bepaling blijkt dus dat deze definitie betrekking heeft op alle IE-rechten van Dutchfiets, [de broers] en hun holdingvennootschappen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] die bestonden voorafgaand aan de start van het “MPB-Project”. De definitie van “MPB-Project” stelt met zoveel woorden dat het project de gezamenlijke ontwikkeling betreft van het prototype van een fiets volgens de specificaties van de bij de Overeenkomst behorende Annex 1. Naar het oordeel van de rechtbank hebben partijen met ‘de start van het MPB-Project’ bedoeld het moment waarop de samenwerking met [naam] in Dutchfiets is begonnen, namelijk in juni 2020 toen [naam] 30% van het aandelenkapitaal in Dutchfiets overnam (zie 2.8 hiervoor). Vanaf dat moment zijn partijen immers gezamenlijk gaan werken aan de ontwikkeling van het prototype van de fiets. De uitleg die Dutchfiets c.s. aan deze woorden geven, namelijk dat met ‘de start van het MPB-Project’ bedoeld is het moment waarop Igus de aandelen in Dutchfiets kocht, te weten op de datum van de Overeenkomst (26 juni 2023), acht de rechtbank niet logisch. Zij licht dit als volgt toe.
4.10.
De Overeenkomst maakt een onderscheid tussen de IE-rechten die voor de start van het MPB-Project zijn ontstaan (behorend tot de definitie “DF/BAAS-IP”) en de IE-rechten die daarna zijn ontstaan (behorend tot de definities “MPB-IP” en “Bicycle IP”). Voor ieder van de tot die definities behorende IE-rechten regelt zij de eigendomssituatie anders, zoals neergelegd in artikel 2.1, eerste zin (voor de definitie “MPB-IP”: eigendom van Igus), artikel 2.1, tweede zin (voor de definitie “Bicycle IP”: eigendom van Dutchfiets) en artikel 2.4 (voor de definitie “DF/BAAS-IP”: eigendom van Dutchfiets). Als het MPB-Project pas zou zijn gestart op 26 juni 2023, zoals Dutchfiets c.s. aanvoert, dan zouden alle IE-rechten van Dutchfiets, [de broers] en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] behoren tot de “DF/BAAS-IP”-definitie. In een dergelijk geval zouden de definities “MPB-IP” en “Bicycle IP” alsmede artikel 2.1 zinledig worden. Een dergelijke lezing is niet logisch.
4.11.
De rechtbank gaat er dus vanuit dat partijen bedoeld hebben om in artikel 2.4 van de Overeenkomst te regelen dat de IE-rechten die bestonden voor juni 2020 eigendom zijn van Dutchfiets. Tussen partijen is onbetwist dat [de broers] niet voor juni 2020 een (prototype van) een rotatiegietmachine hebben ontwikkeld. Hierdoor geldt dat, voor zover de ontwikkeling van de rotatiegietmachine door [gedaagde sub 1] is geschied, de IE-rechten daarop niet op grond van artikel 2.4 van de Overeenkomst eigendom zijn geworden van Dutchfiets.
4.12.
Ten aanzien van de stelling van Dutchfiets c.s. dat de IE-rechten op de rotatiegietmachine vallen onder de definitie van “MPB-IP” oordeelt de rechtbank als volgt. Artikel 2.1, eerste zin, van de Overeenkomst bepaalt dat Igus de eigenaar is van de IE-rechten die behoren tot deze definitie en artikel 2.2 bepaalt dat iedere partij het nodige doet om te komen tot een overdracht van die rechten. De letterlijke tekst van deze definitie luidt, voor zover relevant, als volgt: “
any Intellectual Property Rights conceived or developed jointly by the Parties or solely by DF and/or Mr. [gedaagde sub 2] and/or [gedaagde sub 4] and/or the Holding-Companies in connection with the MPB-Project relating to bicycle components for relative motion in propulsion or braking, such as wheel bearings, pedal crank bearings, steering head bearings and brake parts.” Naar het oordeel van de rechtbank vallen hieronder niet de IE-rechten met betrekking tot rotatiegietmachines, zodat Igus daarvan geen eigenaar is geworden op grond van artikel 2.1 van de Overeenkomst. De definitie van “MPB-IP” heeft immers enkel betrekking op IE-rechten ten aanzien van specifieke fietsonderdelen. Dit blijkt uit de verwijzing in de definitie naar het MPB-Project (volgens die definitie: de gezamenlijk ontwikkeling van het prototype van een fiets volgens de specificaties van Annex I) en de in de “MPB-IP”-definitie genoemde specifieke fietsonderdelen, te weten fietsonderdelen die zorgen voor relatieve beweging bij het aandrijven of remmen, zoals wiellagers, pedalenkruklager, stuurkoplagers en remonderdelen.
4.13.
Hetzelfde geldt voor de stelling van Dutchfiets c.s. dat de IE-rechten op de rotatiegietmachine vallen onder de definitie van “Bicycle-IP”, waarvan artikel 2.1, tweede zin, van de Overeenkomst bepaalt dat de tot die definitie behorende IE-rechten toebehoren aan Dutchfiets. Ook deze definitie heeft immers enkel betrekking op IE-rechten op de in dat artikel genoemde fietsonderdelen, te weten de constructieonderdelen van een fiets, namelijk het frame, wiel, vork, stuur en zadel. Artikel 2.1, tweede zin, heeft dus geen overdracht van IE-rechten op de rotatiegietmachines aan Dutchfiets tot gevolg gehad.
4.14.
Het voorgaande wordt niet anders door de verwijzingen van Dutchfiets c.s. naar de considerans en de bijlage (Annex I) van de Overeenkomst, waaruit blijkt dat het doel van de Overeenkomst is om IE-rechten aan Igus en Dutchfiets te doen toekomen “
to allow IGUS to produce and sell the plastic motion parts” (considerans, zie 2.10 hiervoor) en om een fiets “
in-house” te bouwen en te produceren (Annex I, zie 2.11.hiervoor). Anders dan Dutchfiets c.s. hebben betoogd, kan de rechtbank uit dergelijke bewoordingen niet afleiden dat partijen bedoeld hebben om de definities van “MPB-IP” en “Bicycle-IP” zodanig op te rekken althans uit te breiden dat ook de IE-rechten op machines waarmee de fiets(onderdelen) worden gemaakt hieronder vallen. Daarbij acht de rechtbank het volgende van belang. Ten eerste omschrijven voornoemde definities heel specifiek de fietsonderdelen waarop ze betrekking hebben. Het Engelse woord voor rotatiegietmachine (‘
rotational moulding machine’) komt daarin niet voor. Ook overigens is in de Overeenkomst en bijlage niet verwezen naar een rotatiegietmachine althans een machine waarmee fietsonderdelen worden gemaakt. Ten tweede valt voor de rechtbank niet in te zien dat een verwijzing in de Overeenkomst naar de (in-house) productie van een fiets/fietsonderdelen automatisch ook betekent de productie van machines waarmee die fiets(onderdelen) worden gemaakt. Tussen partijen is immers onbetwist dat rotatiegietmachines ten tijde van het sluiten van de Overeenkomst al bestonden, zodat de (in-house) productie van een fiets/fietsonderdelen ook kon worden bewerkstelligd zonder de productie van een dergelijk soort machine.
4.15.
De conclusie uit het voorgaande is dat de IE-rechten op de rotatiegietmachines niet vallen onder de definities van “DF/BAAS-IP”, “MPB-IP” en “Bicycle-IP”. Dutchfiets en Igus hebben dus geen IE-rechten op de rotatiegietmachine verkregen door een overdracht van die rechten op grond van de artikelen 2.1 en 2.4 van de Overeenkomst.
4.16.
Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat de IE-rechten op de rotatiegietmachine wel kunnen worden begrepen onder het bepaalde in artikel 2.5 van de Overeenkomst, het artikel dat voorziet in een regeling voor IE-rechten die niet vallen onder de definities “DF/BAAS-IP”, “MPB-IP” en “Bicycle-IP”. In dat artikel is bepaald dat partijen een afzonderlijke regeling zullen treffen met betrekking tot het eigendom en de gebruiksmogelijkheden van die rechten, rekening houdend met hun respectievelijke creatieve bijdragen daarin. Tussen partijen is onbetwist dat zij geen afzonderlijke regeling hebben getroffen over de IE-rechten op de rotatiegietmachine in de zin van dit artikel. Het artikel kan geen grondslag vormen voor toewijzing van de in deze procedure ingestelde vorderingen van Dutchfiets c.s., zoals de vorderingen tot overdracht van het Octrooi en afgifte van de prototypes van de rotatiegietmachine. Uit het artikel volgt immers slechts een verplichting voor partijen om een nadere regeling te treffen. Dutchfiets c.s. heeft in deze procedure geen vordering ingesteld die strekt tot nakoming van deze verplichting.
Conclusie en afwijzing vorderingen
4.17.
De slotsom is dat niet is komen vast te staan dat de rotatiegietmachine door Dutchfiets is ontwikkeld. Verder is niet gebleken dat de IE-rechten op de rotatiegietmachine op grond van de Overeenkomst aan Dutchfiets althans Igus zijn overgedragen.
4.18.
Gezien het voorgaande en omdat het Octrooi op de datum van de Overeenkomst nog niet was verleend, bestaat voor [gedaagden] c.s. op grond van de Overeenkomst geen verplichting tot overdracht van het Octrooi. Verder is niet gebleken van een grond voor opeising van het Octrooi door Dutchfiets c.s. in de zin van artikel 78 ROW Pro. Zo is geen sprake van ontlening in de zin van artikel 11 ROW Pro, omdat niet is komen vast te staan dat het Octrooi is gebaseerd op een techniek die door Dutchfiets is ontwikkeld althans waarvan de IE-rechten aan Dutchfiets dan wel Igus zijn overgedragen. Ten slotte is niet gebleken dat de uitvinding waarvoor het Octrooi is verleend is gedaan door [de broers] althans hun holdingvennootschappen in het kader van hun dienstbetrekking bij Dutchfiets op grond van artikel 12 ROW Pro. De rechtbank wijst de vordering tot overdracht van het Octrooi aan Dutchfiets c.s. (vordering 1) daarom af.
4.19.
Ook de revindicatievordering van Dutchfiets c.s. (vordering 2) wordt afgewezen. Omdat geoordeeld is dat Dutchfiets c.s. geen (IE-)rechten op de rotatiegietmachine kan doen gelden, kan zij de prototypes van de rotatiegietmachine niet opeisen als aan haar toebehorend.
4.20.
Ten slotte wijst de rechtbank de vordering tot afgifte van gegevens (vordering 3) af. Aangezien geoordeeld is dat Dutchfiets c.s. geen recht op de rotatiegietmachine heeft, volgt hieruit dat er tussen partijen geen rechtsbetrekking in de zin van artikel 194 in Pro verbinding met artikel 195 Rv Pro bestaat.
Proceskosten
4.21.
Dutchfiets c.s. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Partijen hebben beiden gevorderd dat de proceskosten vergoed zullen worden op basis van het liquidatietarief, zodat de rechtbank dit als uitgangspunt zal nemen.
4.22.
De proceskosten van [gedaagden] c.s. worden begroot op:
- griffierecht
714
- salaris advocaat
2.612
(4 punten (3 voor de hoofdzaak en 1 voor het bevoegdheidsincident) × € 653 (Tarief II))
- nakosten
189
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
3.515

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
veroordeelt Dutchfiets c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 3.515, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening als Dutchfiets c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart de veroordeling onder 5.2 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Hoefnagel en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.

Voetnoten

1.​Rijksoctrooiwet 1995
2.Burgerlijk Wetboek
3.Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
4.HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158 (Haviltex)
5.HR 5 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8101 (Lundiform/Mexx)