Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Voor zover er al vanuit gegaan zou moeten worden dat op het eerste peilmoment wél sprake was van een feitelijke gezinsband, was deze er volgens de minister ten tijde van het nemen van het bestreden besluit niet meer. Eiser heeft namelijk aangegeven zijn tante en oma niet te willen volgen naar Portugal, maar liever zonder hen in Nederland wil blijven. Bovendien heeft eiser aangegeven dat hij nu wijzer is en dat hij geen zorg meer nodig heeft. Hij leest zijn post, gaat zelf naar doktersafspraken en wast zelf zijn kleding. Ook is eiser niet meer financieel afhankelijk van zijn oma en tante.
- de identiteit en de familierechtelijke relatie van het pleegkind en zijn/haar biologische ouders;
- de duur en de reden van de opname van het pleegkind in het gezin van de referent;
- de (financiële) afhankelijkheid van het pleegkind van de referent;
- in hoeverre de biologische ouders van het pleegkind in staat zijn voor het pleegkind te zorgen en, als dit aan de orde is, in hoeverre zij betrokken zijn gebleven bij de opvoeding van het pleegkind; en
- of de referent de voogdij over het pleegkind heeft gekregen.