ECLI:NL:RBDHA:2026:1822
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken medisch advies en nader gehoor
Eiser diende op 1 november 2024 een asielaanvraag in die aanvankelijk werd afgewezen. Na vernietiging van het eerste besluit door de rechtbank Den Haag, wees de minister de aanvraag opnieuw af in een verlengde procedure (spoor vier). Eiser vordert vernietiging van deze afwijzing omdat de minister geen medisch advies heeft ingewonnen en geen nader gehoor heeft gehouden, wat volgens eiser wel vereist is in spoor vier.
De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte heeft aangenomen dat het eerdere aanmeldgehoor zonder meer kon worden gebruikt zonder verdere procedurele waarborgen. De eerdere uitspraak betrof alleen het aanmeldgehoor in relatie tot de geloofwaardigheidstoets en sprak niet over nader gehoor of medische advisering in het kader van de vrees bij terugkeer.
De rechtbank stelt dat volgens de werkinstructie en het vreemdelingenbesluit in spoor vier een rust- en voorbereidingstermijn geldt waarin een medisch advies en nader gehoor verplicht zijn, ongeacht of er aanknopingspunten zijn voor onvolledige verklaringen. Omdat de minister dit niet heeft gedaan, is het bestreden besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en artikel 3:2 Awb Pro en wordt het vernietigd.
De minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser ter hoogte van €1.868,-. De uitspraak is gedaan door rechter A. Sibma en griffier D.G. van den Berg op 4 februari 2026.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van medisch advies en nader gehoor.