ECLI:NL:RBDHA:2026:18223
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf in kader nareis deels gegrond
Eisers, Syrische nationaliteit, dienden een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiser 1 niet onder het jongvolwassenenbeleid zou vallen en er geen sprake zou zijn van bijkomende afhankelijkheid, en stelde dat eiser 2 geen procesbelang meer had.
De rechtbank oordeelt dat het beroep van eiser 2 niet-ontvankelijk is omdat hij door zijn asielprocedure geen gunstigere positie kan verkrijgen. Voor eiser 1 is het beroep gegrond verklaard omdat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser 1 en zijn ouders niet altijd samenwoonden, dat eiser 1 in zijn eigen onderhoud voorziet, en waarom er geen bijkomende afhankelijkheid zou zijn.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het eiser 1 betreft en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens worden de proceskosten en griffierecht ten gunste van eiser 1 toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser 1 is gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, het beroep van eiser 2 is niet-ontvankelijk verklaard.