Uitspraak
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende man, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER om bij zijn Nederlandse echtgenote te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat er sprake was van een zodanige afhankelijkheidsrelatie dat zij niet gescheiden konden worden, zoals vereist volgens het arrest K.A. tegen België.
Tijdens de beroepsprocedure overleed de echtgenote. Eiser voerde aan dat verweerder de uitzonderlijke afhankelijkheidsrelatie had miskend en de hoorplicht had geschonden. Tevens stelde hij dat zijn aanvraag ook op grond van artikel 8 EVRM Pro getoetst moest worden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden had betrokken en voldoende had gemotiveerd dat er geen uitzonderlijke afhankelijkheidsrelatie bestond. De medische stukken ondersteunden niet dat eiser de noodzakelijke zorg verleende. Ook was de belangenafweging in het kader van het gezins- en privéleven zorgvuldig gemaakt. De hoorplicht was niet geschonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verblijfsdocument EU/EER wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.