Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser] uit [woonplaats], eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk,
[vergunninghouder]uit [woonplaats] (vergunninghouder)
Rechtbank Den Haag
Vergunninghouder vroeg een omgevingsvergunning aan voor het aanleggen van een uitweg en een laad- en losplaats op een perceel bestemd voor agrarisch gebruik met een boomkwekerij. Eiser, wonende op een aangrenzend perceel, maakte bezwaar tegen het besluit vanwege verkeersveiligheid, vermeende onjuiste perceelsaanduiding, het bestaan van een recht van overpad en mogelijke overlast.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag onder de Wabo viel en dat het college alleen kon weigeren op basis van limitatief genoemde weigeringsgronden in de APV. De perceelsaanduiding was correct en het recht van overpad bood geen grond voor weigering. Het verkeerskundig advies was positief en niet effectief betwist door eiser.
De rechtbank stelde vast dat belangenafwegingen zoals geluidsoverlast en privacy niet relevant waren bij de vergunningverlening. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter S.H. van den Ende op 6 juli 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de uitweg en laad- en losplaats wordt ongegrond verklaard.