ECLI:NL:RBDHA:2026:18290

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
4 juli 2026
Zaaknummer
C/09/686758 / FA RK 25-4395
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 815 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met vaststelling hoofdverblijfplaats en zorgregeling voor minderjarige kinderen

Partijen zijn gehuwd sinds 2014 en hebben twee minderjarige kinderen geboren in 2017 en 2019. De kinderen verblijven momenteel bij de moeder en de ouders oefenen gezamenlijk gezag uit. Eerder was een scheiding van tafel en bed uitgesproken met hoofdverblijfplaats bij de moeder, maar deze beschikking verloor kracht doordat deze niet is ingeschreven.

De vrouw verzoekt de echtscheiding uit te spreken, de hoofdverblijfplaats bij haar vast te stellen en een zorgregeling te treffen waarbij de vader de kinderen van vrijdag na school tot maandagochtend naar school brengt. De man verzet zich tegen de uitbreiding van de zorgregeling vanwege zijn mentale, fysieke en financiële problemen, maar betwist de echtscheiding en hoofdverblijfplaats niet.

De rechtbank oordeelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst het verzoek tot echtscheiding toe. De hoofdverblijfplaats wordt bij de moeder vastgesteld. De zorgregeling wordt beperkt tot de huidige situatie waarin de kinderen van zaterdagavond tot zondagavond bij de vader verblijven, omdat een ruimere regeling niet haalbaar is en niet in het belang van de kinderen. Over de vakanties en feestdagen is overeenstemming bereikt over de Islamitische feestdagen. Het verzoek tot toewijzing van het huurrecht is ingetrokken en wordt niet meer behandeld.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding. De rechtbank benadrukt de wens dat de vader hulp zoekt om zijn situatie te verbeteren en meer contact met de kinderen mogelijk te maken.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, stelt de hoofdverblijfplaats bij de moeder vast en beperkt de zorgregeling tot het huidige weekendcontact bij de vader.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-4395
Zaaknummer: C/09/686758
Datum beschikking: 3 juni 2026

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 13 juni 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E. El-Sharkawi te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van de vrouw van 8 september 2025;
  • de e-mailberichten van de man van 30 april 2026.
In zijn e-mailberichten van 30 april 2026 heeft de man verzocht om de zitting te verplaatsen, omdat hij nog geen advocaat had gevonden. Dit verzoek is door de aanhoudingenrechter afgewezen, omdat de man voldoende tijd heeft gehad om de bijstand van een advocaat te zoeken. Het afschrift van het verzoekschrift is immers al op 19 juni 2025 aan de man betekend en de oproep voor de zitting is verstuurd op 10 maart 2026.
De minderjarige [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken, maar heeft hier geen gebruik van gemaakt.
Op 6 mei 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum 1] 2014 te [plaats 1] .
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] .
- De kinderen verblijven op dit moment bij de vrouw.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van [datum 2] 2021 is:
- de scheiding van tafel en bed tussen partijen uitgesproken;
- de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw bepaald;
- bepaald dat de man de huurder zal zijn van de woning aan het adres [adres] , [plaats 2] .
- De beschikking van deze rechtbank van [datum 2] 2021 is nadien niet ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, zodat de beschikking haar kracht is verloren en het huwelijk tussen partijen nog altijd bestaat.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:
primair
- indien partijen het ouderschapsplan hebben getekend deze regeling in de echtscheidingsbeschikking op te nemen en aan de beschikking te hechten;

subsidiair

- indien partijen geen overeenstemming hebben bereikt:
­ vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw;
­ vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen, in die zin dat de vader de kinderen iedere vrijdag van school haalt en op maandagochtend weer naar school brengt en de vakanties en feestdagen gelijk worden verdeeld;
- toedeling aan de vrouw van het huurrecht van de echtelijke woning,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer tegen de verzochte verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. De man heeft geen (expliciet) verweer gevoerd tegen de echtscheiding en de hoofdverblijfplaats van de kinderen.

Beoordeling

Echtscheiding
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 815 tweede Pro lid Rv moet een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan bevatten. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval voldoende aannemelijk geworden dat partijen niet in staat zijn om tot een gezamenlijk opgesteld en ondertekend ouderschapsplan te komen. Gelet hierop zal de rechtbank voorbij gaan aan het vereiste van artikel 815 tweede Pro lid Rv. De rechtbank zal daarom de vrouw ontvangen in haar verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Hoofdverblijfplaats
De man voert geen verweer tegen het verzoek van de vrouw om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen. De rechtbank zal het verzoek daarom als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen, omdat ook niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich daartegen verzet.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
De vrouw wil dat een zorgregeling wordt vastgesteld, waarbij de kinderen iedere vrijdag uit school tot maandag naar school bij de man verblijven. De kinderen hebben behoefte aan meer contact met hun vader. Daarnaast wordt de vrouw daarmee ontlast in de zorg voor de kinderen. Zij wil een opleiding gaan volgen, zodat zij in de toekomst een goede baan kan krijgen om voor zichzelf en de kinderen te zorgen. Verder is volgens de vrouw van belang dat er duidelijke afspraken zijn, zodat er rust en stabiliteit komt voor de kinderen.
De man voert verweer. De kinderen verblijven op dit moment van zaterdagavond tot zondagavond bij hem. Een ruimere zorgregeling is niet haalbaar vanwege de mentale, fysieke en financiële problemen van de man. Wel is hij bereid om de kinderen incidenteel op te vangen als de vrouw andere afspraken heeft.
De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat de kinderen belang hebben bij regelmatig contact met hun vader. De man heeft echter aangegeven dat uitbreiding van de huidige regeling op dit moment niet haalbaar is voor hem. De rechtbank acht het niet in het belang van de kinderen om een zorgregeling vast te leggen die niet nagekomen wordt. Dat komt de rust en stabiliteit niet ten goede. De rechtbank zal daarom een zorgregeling vaststellen die overeenkomt met de regeling zoals deze nu wordt uitgevoerd door partijen.
De rechtbank voegt daaraan toe dat zij het de man en de kinderen gunt om tot een meer uitgebreide zorgregeling te komen, aangezien zowel de man als de kinderen aangegeven hebben dat zij meer contact met elkaar zouden willen hebben. Daarom hoopt de rechtbank dat de man hulpverlening zal zoeken voor zijn problematiek, zodat hij weer beter in zijn vel komt te zitten en daardoor ook meer beschikbaar voor de kinderen kan zijn.
Op de zitting is daarnaast gesproken over de verdeling van de vakanties en feestdagen. Een verdeling bij helfte van de vakanties en feestdagen is voor de man niet haalbaar, maar partijen hebben wel overeenstemming bereikt over de Islamitische feestdagen, het Suikerfeest en het Offerfeest, zodat de rechtbank conform die overeenstemming zal beslissen.
Het meer of anders verzochte ten aanzien van de zorgregeling zal de rechtbank afwijzen.
Huurrecht
Ter zitting heeft de vrouw haar verzoek om het huurrecht van de echtelijke woning aan haar toe te wijzen ingetrokken, zodat de rechtbank hierover geen beslissing meer hoeft te nemen.

Beslissing

De rechtbank:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum 1] 2014 te [plaats 1] ;
bepaalt dat de kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] .
de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;
bepaalt dat de kinderen bij de man zullen zijn:
  • iedere zaterdag vanaf 19.00 uur tot zondagavond tussen 19.00 en 20.00 uur;
  • tijdens het Suikerfeest van 15.00 uur tot 19.00 à 20.00 uur;
  • tijdens het Offerfeest van 15.00 uur tot 19.00 à 20.00 uur;
waarbij geldt dat de man de kinderen ophaalt bij de moeder en ook weer bij haar terugbrengt;
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding –uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 3 juni 2026.