Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit van 8 juli 2025, waarbij hem een vertrektermijn van vier weken is opgelegd. Tegelijkertijd heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het terugkeerbesluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.16590), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 3 februari 2026 en staat niet open voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.