ECLI:NL:RBDHA:2026:18412

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
C/09/693280 / FA RK 25-7903
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BWArt. 1:377a BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouden gezag en zorgregeling met doorverwijzing naar ouderschapsbemiddeling

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de moeder om het eenhoofdig gezag over de minderjarige kinderen toe te kennen en het omgangsrecht van de vader te beperken. De ouders oefenen gezamenlijk gezag uit, maar de communicatie is verstoord door een belast verleden en geweldsincidenten. De moeder vordert het eenhoofdig gezag en beperking van omgang, terwijl de vader verweer voert en bereid is tot verbetering van de communicatie.

De rechtbank overweegt dat gezamenlijk gezag alleen mogelijk is als ouders in staat zijn tot behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening. Gezien de verstoorde verstandhouding en het risico dat de kinderen klem raken, acht de rechtbank het noodzakelijk dat de ouders deelnemen aan een ouderschapsbemiddelingstraject. Daarom wordt de beslissing over het gezag aangehouden in afwachting van het verloop van dit traject.

Ten aanzien van de zorgregeling wijst de rechtbank het verzoek tot ontzegging van omgang af, omdat geen van de wettelijke ontzeggingsgronden is vervuld. De omgang tussen vader en kinderen wordt voortgezet onder begeleiding, met het streven naar onbegeleide omgang op termijn. Ook de beslissing over de definitieve zorgregeling wordt aangehouden tot na het traject begeleide omgang en ouderschapsbemiddeling.

De rechtbank beveelt de ouders en hulpverleningsinstanties om de voortgang te rapporteren en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De proceskosten worden eveneens aangehouden. De pro-formadatum voor verdere beslissingen is vastgesteld op 1 april 2027.

Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing over gezag en zorgregeling aan en verwijst de ouders naar ouderschapsbemiddeling.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7903
Zaaknummer: C/09/693280
Datum beschikking: 5 juni 2026

Gezag en zorg- c.q. omgangsregeling

Beschikking op het op 20 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.L. Weterings in Oegstgeest,
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
zonder vaste woon- of verblijfsplaats.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het bericht van 28 oktober 2025, van de moeder;
  • het F9-formulier van 11 februari 2026, met bijlagen, van de moeder.
Op 8 mei 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader;
  • [naam] met een collega, namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2023 in [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats] .
  • De vader heeft de kinderen erkend.
  • De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:
  • de moeder met de ingang van de datum van de beschikking met het eenhoofdig gezag over de kinderen belast zal zijn;
  • het recht op omgang tussen de man en de kinderen wordt ontzegd, althans de zorgregeling wordt gewijzigd, aldus dat de kinderen slechts omgang met hun vader hebben in nader overleg te bepalen en onder begeleiding,
  • althans zodanige beslissingen te nemen die de rechtbank zal vermenen te behoren,
kosten rechtens.
De vader heeft mondeling verweer gevoerd.

Beoordeling

Gezag
Juridisch kader
Op grond van artikel 1:253n tweede lid BW in samenhang met artikel 1:251a eerste en derde lid BW kan het gezamenlijk gezag worden beëindigd indien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van een eerdere beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Gelet op de overeenkomstige toepassing van artikel 1:251a eerste en derde lid BW dient in dat geval beoordeeld te worden of a) er een onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of b) een wijziging van het gezag anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk is.
Standpunt moeder
De moeder voert ter onderbouwing van haar verzoek het volgende aan. Er is sprake van een belast verleden. De vader heeft geweld heeft gepleegd jegens de moeder. Na een incident op 12 mei 2025 is de politie betrokken geraakt bij het gezin. Zij hebben de moeder geadviseerd om de vader te blokkeren. Er is daarom geen onderlinge communicatie mogelijk. De oma moederszijde en de advocaat van de moeder fungeren als tussenpersonen. De vader weigert mee te werken aan belangrijke zaken voor de kinderen, zoals de toestemming voor de peuteropvang. Daarnaast weet hij niet welke beslissingen in het belang van de kinderen zijn, omdat hij nooit betrokken is geweest in het leven van de kinderen. Het voorgaande maakt dat de kinderen klem of verloren zitten tussen de ouders en dat wijziging van het gezag in het belang van de kinderen noodzakelijk is.
Standpunt vader
De vader voert verweer en stelt op zijn beurt het volgende. Hij was in de veronderstelling dat hij al akkoord had gegeven op de inschrijving voor de peuteropvang. De e-mails van de advocaat van de moeder met de toestemmingsformulieren zijn hem ontschoten, omdat hij (gedeeltelijk) dakloos is en veel andere zorgen aan zijn hoofd heeft gehad. De ouders zijn wel in staat om op een normale manier met elkaar te communiceren en de vader is bereid om in het belang van de kinderen hieraan te werken.
Inhoudelijke beoordeling
Op de zitting is met de ouders gesproken over hun situatie en de noodzaak van het verbeteren van de onderlinge communicatie. De rechtbank heeft partijen erop gewezen dat dat de ouders deel zouden kunnen nemen aan het hulpverleningstraject ouderschapsbemiddeling. Beide ouders hebben vervolgens de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling met het oog op verbetering van de onderlinge communicatie en verstandhouding en het maken van afspraken. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per e-mail verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
Op de zitting is met de ouders en de Raad besproken of de beslissing over het gezag aangehouden moet worden in afwachting van het traject Ouderschapsbemiddeling of dat de rechtbank een eindbeslissing neemt. De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat zij de beslissing ten aanzien van het gezag zal aanhouden en overweegt hiertoe als volgt.
Het uitgangspunt van de wet is dat het gezag over een kind gezamenlijk door de ouders wordt uitgeoefend. Voor gezamenlijk gezag is echter wel vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over het kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans ten minste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen.
Zoals hiervoor overwogen, is de rechtbank gebleken dat de onderlinge verstandhouding en communicatie tussen de ouders zijn verstoord. De rechtbank ziet daarin aanwijzingen dat de kinderen klem of verloren dreigen te raken tussen de ouders. Echter, gelet op de wens en motivatie van beide ouders om door middel van een ouderschapsbemiddelingstraject tot een betere communicatie te komen, verwacht de rechtbank dat de situatie binnen afzienbare tijd zal verbeteren. Het is nog te vroeg om een beslissing te kunnen nemen over het gezag.
Gelet op het voorgaande, zal de rechtbank het verzoek met betrekking tot het gezag aanhouden tot na te melden pro forma datum, in afwachting van het verloop van het Ouderschapsbemiddelingstraject. Voor die datum dienen partijen zich uit te laten over de stand van zaken en wat dat betekent voor het nog voorliggende verzoek. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank dat zij de (eind)rapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze. De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is.
De rechtbank wijst de vader er nogmaals op dat het van belang is voor de kinderen dat hij meewerkt aan het nemen van gezagsbeslissingen. Van hem wordt verwacht dat hij tijdig reageert op e-mailberichten. Indien dit de komende periode wederom niet lukt, kan dit voor de rechtbank aanleiding zijn om alsnog het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te kennen.
Zorgregeling
De moeder heeft oorspronkelijk verzocht om de vader het recht op omgang met de kinderen te ontzeggen. De vader heeft hiertegen verweer gevoerd.
De rechtbank kan met overeenkomstige toepassing van artikel 1:377a lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een tijdelijk verbod aan een ouder opleggen om contact te hebben met het kind. Op grond van artikel 1:377a derde lid BW ontzegt de rechtbank het recht op omgang slechts, indien: a) omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of b) de ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of c) het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder of met degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken, of d) omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
De rechtbank overweegt als volgt. Ter zitting is gebleken dat de moeder inmiddels is veranderd van standpunt, in die zin dat zij het belangrijk vindt dat de kinderen contact hebben met de vader, mits dit op een veilige manier gebeurd. Daarnaast is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van één van de ontzegginsgronden. Het verzoek om de omgang van de vader met de kinderen te ontzeggen zal worden afgewezen.
Verder is de rechtbank het volgende gebleken. Momenteel hebben de vader en de kinderen wekelijks op woensdag twee uur contact met elkaar, onder begeleiding van de oma moederszijde. Beide partijen zijn het er over eens dat de omgang tussen de vader en de kinderen dient te worden voortgezet, maar dan onder begeleiding van een onafhankelijke derde partij. De moeder heeft de ouders reeds op eigen initiatief aangemeld voor een traject begeleide omgang (BOR) bij Humanitas. Het streven van beide partijen is om uiteindelijk toe te werken naar een regeling waarbij de kinderen een gehele dag onbegeleid met de vader zijn.
De rechtbank zal iedere beslissing over de definitieve zorgregeling aanhouden tot na te melden pro forma datum, in afwachting van het verloop van de trajecten BOR en Ouderschapsbemiddeling. De ouders dienen de rechtbank voor de pro-formadatum te ook te berichten over het verloop van het traject bij Humanitas en wat dat betekent voor het nog voorliggende verzoek.
Proceskosten
Nu de rechtbank het verzoek ten aanzien van het gezag en de definitieve zorgregeling zal aanhouden, zal de rechtbank ook het verzoek ten aanzien van de proceskosten aanhouden.

Beslissing

De rechtbank:
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de moeder]
(de moeder),
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[de vader]
(de vader),
zonder vaste woon- of verblijfsplaats,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar: Jeugdteams Leidse Regio, [adres] ;
bepaalt dat (de advocaten van) de ouders de rechtbank vóór na te melden pro formadatum informeren omtrent het verloop van voornoemd traject;
bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert omtrent het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders en daarvan;
*
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 5 juni 202
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van
het gezag, de zorgregeling en de proceskostenaan tot
1 april 2027 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 5 juni 2026