Uitspraak
Gezag en zorg- c.q. omgangsregeling
Beschikking op het op 20 oktober 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het bericht van 28 oktober 2025, van de moeder;
- het F9-formulier van 11 februari 2026, met bijlagen, van de moeder.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
- [naam] met een collega, namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2023 in [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats] .
- De vader heeft de kinderen erkend.
- De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
Verzoek en verweer
- de moeder met de ingang van de datum van de beschikking met het eenhoofdig gezag over de kinderen belast zal zijn;
- het recht op omgang tussen de man en de kinderen wordt ontzegd, althans de zorgregeling wordt gewijzigd, aldus dat de kinderen slechts omgang met hun vader hebben in nader overleg te bepalen en onder begeleiding,
- althans zodanige beslissingen te nemen die de rechtbank zal vermenen te behoren,
Beoordeling
Beslissing
(de moeder),
(de vader),
het gezag, de zorgregeling en de proceskostenaan tot
1 april 2027 pro forma.