ECLI:NL:RBDHA:2026:18486
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegewezen tegen afwijzing verblijfsaanvraag EU/EER op grond van Chavez-arrest
Verzoekster, van Surinaamse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER op grond van het Chavez-arrest vanwege verblijf bij haar Nederlandse dochter. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag afgewezen en het bezwaar eveneens ongegrond verklaard. Verzoekster kon het beroep niet in Nederland afwachten, waardoor zij een voorlopige voorziening vroeg om uitzetting te voorkomen en haar recht om te werken te behouden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang omdat verzoekster verwijderbaar is, ook al zijn er geen concrete uitzettingsplannen. De situatie betreft een zogenaamde Chavez-situatie waarbij de Nederlandse nationaliteit van de dochter door de minister wordt betwist vanwege een vermeende schijnerkenning. De voorzieningenrechter twijfelt aan de rechtmatigheid van de terugmelding door de minister en stelt dat zolang de dochter niet volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap haar nationaliteit heeft verloren, zij als Nederlander moet worden beschouwd.
Na belangenafweging weegt het belang van verzoekster en haar afhankelijke dochter zwaarder dan het belang van de minister om misbruik tegen te gaan. Daarom wordt het bestreden besluit geschorst tot de uitspraak op het beroep. Tevens wordt verzoekster vrijgesteld van griffierecht en krijgt zij een proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst tot uitspraak op het beroep en verzoekster krijgt proceskostenvergoeding toegekend.