Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
L. Kooring, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit van 14 mei 2025 waarin hem een vertrektermijn van 28 dagen is opgelegd. Hij stelde dat hij rechtmatig in Nederland verbleef op basis van een paspoort en toeristenvisum, die echter in het hotel waren achtergebleven. De rechtbank heeft vastgesteld dat politieagenten bij het hotel geen geldig paspoort of visum hebben aangetroffen, slechts een Algerijns rijbewijs.
De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende onderzoek heeft gedaan en dat de inhoud van het gehoor van eiser is betrokken bij het besluit. Eiser heeft geen bewijs geleverd van geldig verblijfsrecht en heeft ook niet voldaan aan het verzoek van de rechtbank om documenten te overleggen. Daarnaast heeft de rechtbank ambtshalve vastgesteld dat terugkeer niet in strijd is met artikel 3 EVRM Pro, omdat eiser geen medische problemen heeft en geen vrees voor vervolging of onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Algerije.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter N. Boonstra en griffier L. Kooring op 3 juli 2026 in Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.