Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
hij op 6 juni 2024 te Leiden, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft afgeleverd, vervoerd
enopzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
hij op 25 september 2024 te Leiderdorp, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer
91,3gram van een materiaal bevattende cocaïne en 18 pillen (9,2 gram) van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en MDMA, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij op 25 september 2024 te Leiderdorp opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van 22 kilo hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
hij in de periode van 27 juli 2024 tot en met 28 juli 2024, te Leiden en Berkel en Rodenrijs, tezamen en in vereniging met een ander, een geldbedrag van 178.570,-, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, en zijn mededader wisten dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
zijnde een stof bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door
middel van ontploffing, voorhanden heeft gehad.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
540(
vijfhonderdveertig)
DAGEN;
200 (tweehonderd) UREN;
100 (honderd) DAGEN;
hij in of omstreeks de periode van 6 juni 2024 te Leiden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 6 juni 2024 te Leiden, althans in Nederland, medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen en/of door opzettelijk behulpzaam te zijn, welke medeplichtigheid (onder meer) hieruit heeft bestaan dat hij, verdachte:
- als bestuurder van een auto (met een verborgen ruimte) heeft opgetreden om [medeverdachte 4] en/of
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] op te halen en/of te vervoeren en/of te begeleiden naar de woning van die [naam] en/of
- (vervolgens) in een auto (in de omgeving van de woning) met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] op die [medeverdachte 4] is blijven wachten en/of – nadat de ripdeal gepleegd was – deze [medeverdachte 4] met de door hem bestuurde auto weer mee (terug) heeft genomen en/of is meegereden weg van de plaats delict;
hij op of omstreeks 25 september 2024 te Leiderdorp, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 98,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 4,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of 18 pillen (9,2 gram), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en/of heroïne en/of MDMA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 25 september 2024 te Leiderdorp opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van 22 kilo hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij in of omstreeks de periode van 27 juli 2024 tot en met 28 juli 2024, te Leiden en/of Berkel en Rodenrijs, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (van) een of meer geldbedrag(en) ten bedrage van 178.570,-, althans een of meer voorwerpen
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf;
zijnde een voorwerp/stof bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door
middel van ontploffing, voorhanden heeft gehad.