Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 27 februari 2026 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel duurde voort en de rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van deze maatregel na het sluiten van het onderzoek waarop een eerdere uitspraak van 15 mei 2026 betrekking had.
Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend handelde, omdat een presentatie aan de Nigeriaanse autoriteiten was uitgesteld van 12 juni naar 19 juni 2026 zonder duidelijke reden. De rechtbank oordeelde dat dit uitstel op initiatief van de Nigeriaanse autoriteiten was en buiten de invloedssfeer van de minister lag. Bovendien had eiser het uitzettingsproces gefrustreerd door niet mee te werken.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van onvoldoende voortvarendheid en dat de maatregel van bewaring tot het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.