ECLI:NL:RBDHA:2026:1853
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. Meesters – van Luijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid relatieproblemen in Pakistan
Eiser heeft op 6 juni 2024 een asielaanvraag ingediend die op 24 juli 2025 door de minister is afgewezen. Hij vreesde vervolging in Pakistan vanwege zijn relatie met een Hindoe vrouw, wat door zijn familie en religieuze gemeenschap niet werd geaccepteerd. Ter onderbouwing overhandigde hij een fatwa, aangiftes en bedreigingsvideo’s.
De minister achtte de identiteit van eiser geloofwaardig, maar vond de problemen vanwege de relatie niet aannemelijk. De verklaringen van eiser werden als oppervlakkig en summier beoordeeld, en de minister stelde dat eiser geen reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer. De rechtbank volgde dit standpunt en oordeelde dat het niet horen van de partner en het niet samenvoegen van procedures het onderzoek niet onzorgvuldig maakte.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de fatwa en aangiftes in twijfel trok vanwege inconsistenties en dat de relatieproblemen onvoldoende waren onderbouwd. De latere relatie met de partner in Frankrijk veranderde hier niets aan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.