ECLI:NL:RBDHA:2026:18553
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid maatregel vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwistte de rechtmatigheid van de bewaring en voerde meerdere beroepsgronden aan.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel rechtmatig was opgelegd omdat eiser geen rechtmatig verblijf had en er sprake was van een onderduikrisico en het ontwijken of belemmeren van de uitzettingsprocedure. De minister had voldoende gronden om de bewaring te rechtvaardigen, waaronder het gebruik van meerdere aliassen door eiser en onvoldoende medewerking aan het vaststellen van identiteit. De rechtbank vond dat de minister terecht geen lichter middel had gekozen.
Verder stelde de rechtbank vast dat de minister voortvarend werkte aan de uitzetting van eiser, met een geboekte vlucht en vertrekgesprekken. Er was zicht op uitzetting naar Albanië. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Eiser kreeg ook geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.