ECLI:NL:RBDHA:2026:18577
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-ontvankelijkverklaring mvv-aanvraag wegens termijnoverschrijding gegrond verklaard
Eiser, een 26-jarige Surinaamse nationaliteit, diende op 5 december 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn vader te verblijven. Verweerder wees deze aanvraag af met een besluit van 17 mei 2023 en verklaarde het daaropvolgende bezwaar van eiser niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Eiser stelde dat het primaire besluit niet op juiste wijze was bekendgemaakt, omdat het naar zijn woonadres in plaats van naar zijn gemachtigde was gestuurd.
De rechtbank oordeelde dat het besluit inderdaad onjuist was bekendgemaakt, aangezien meerdere volmachten in het dossier aangaven dat de gemachtigde van eiser het besluit had moeten ontvangen. Hierdoor was het besluit niet in werking getreden en was de bezwaar- en beroepstermijn niet gestart. Het tweede besluit van 28 juni 2023 was eveneens onjuist bekendgemaakt.
Eiser toonde met een track&trace bewijs aan dat hij op 27 juli 2023 tijdig bezwaar had ingediend binnen de wettelijke termijn van vier weken na ontvangst van het besluit op 3 juli 2023. De rechtbank achtte dit voldoende aannemelijk en concludeerde dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen acht weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onjuiste bekendmaking en tijdige indiening van het bezwaar.