Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser],
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
minimum level of severity’. Eiser heeft daarnaast zijn vrees voor bendes niet aannemelijk gemaakt, nu hij heeft verklaard dat hij nooit eerder dergelijke bendes is tegengekomen tijdens zijn werkzaamheden. Ook werpt de minister in dit verband tegen dat eiser heeft verklaard dat hij niet van plan was om een asielaanvraag in te dienen.
minimum level of severity’moet bereiken. Uit het arrest Sufi en Elmi [7] volgt dat als erbarmelijke humanitaire omstandigheden uitsluitend of zelfs hoofdzakelijk te wijten zijn aan armoede er slechts sprake zijn van een schending van artikel 3 van Pro het EVRM in ‘
very exceptional cases where the humanitarian grounds against removal are compelling’. Verder volgt uit de rechtspraak van het EHRM dat het enkele feit dat een persoon terugkeert naar een land waar zijn economische positie slechter zal zijn dan in het land waar hij thans verblijft, onvoldoende is om te oordelen dat artikel 3 van Pro het EVRM in dat geval zal worden geschonden. Artikel 3 van Pro het EVRM verplicht in zijn algemeenheid de lidstaten ook niet te waarborgen dat eenieder binnen de jurisdictie van een lidstaat onderdak heeft of financiële ondersteuning ontvangt waarmee een bepaalde levensstandaard kan worden gewaarborgd. [8]
minimum level of severity’ bereikt. De door eiser overgelegde artikelen bieden daarvoor evenmin steun, nu niet inzichtelijk is gemaakt hoe deze betrekking hebben op zijn persoonlijke situatie. Zo verwijst eiser naar een nieuwsartikel van Al Jazeera, waarin wordt beschreven dat er de afgelopen jaren investeringen in Egypte zijn gedaan, maar dat het platteland daarbij achterblijft, het leven daar duurder is geworden en van boeren niet kan worden verwacht dat zij naar de stad trekken. Eiser heeft echter niet gesteld dat hij boer is of dat deze omstandigheden op hem van toepassing zijn. Uit het artikel van Human Rights Watch volgt weliswaar dat het recht op onderwijs onder druk staat door beperkte begrotingsmiddelen en dat de kwaliteit van het onderwijs tekortschiet, maar daaruit blijkt niet dat onderwijs voor eisers kinderen ontoegankelijk of onbetaalbaar is. Uit het artikel volgt dat onderwijs tussen de 5 en 10 dollar per jaar kost en soms voor lage inkomens wordt kwijtgescholden. Ten slotte blijkt uit het rapport van UNICEF dat in 2022 circa 21 procent van de Egyptische bevolking in multidimensionale armoede leefde, waarbij dit percentage hoger ligt op het platteland dan in stedelijke gebieden. Eiser heeft echter niet onderbouwd waarom hij tot deze groep zou behoren. Gelet hierop biedt het betoog van eiser geen concrete aanknopingspunten voor het aannemen van een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van Pro het EVRM bij terugkeer. De beroepsgrond slaagt niet.