ECLI:NL:RBDHA:2026:18583
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
De minister van Asiel en Migratie heeft de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de aanvraag.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 2 juli 2026 behandeld.
Na het sluiten van het onderzoek op de zitting heeft de rechtbank op dezelfde dag uitspraak gedaan op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan op het beroep.