ECLI:NL:RBDHA:2026:18585
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielaanvraag
De minister van Asiel en Migratie heeft de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de aanvraag op grond van de Dublin-verordening. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 2 juli 2026 behandeld, waarbij zowel verzoeker als de gemachtigde van de minister aanwezig waren. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.W. Wassink en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep.