ECLI:NL:RBDHA:2026:1859
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Kameroense vreemdeling wegens binnenlands beschermingsalternatief
Eiser, een Kameroense nationaliteit, heeft op 20 januari 2024 een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 15 september 2022 is afgewezen. De minister oordeelde dat eiser geen reëel risico loopt op vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Kameroen, mede vanwege het bestaan van een binnenlands beschermingsalternatief in de steden Yaoundé, Douala en Bafoussam.
Eiser stelde dat hij vanwege zijn Engelstalige afkomst en christelijke religie wordt gediscrimineerd en vreest voor vervolging door milities en Franstalige troepen. De rechtbank achtte de discriminatie wel geloofwaardig, maar niet van dien aard dat sprake is van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Eiser kon in Kameroen functioneren en had toegang tot onderwijs, medische zorg en werk.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het binnenlands beschermingsalternatief terecht is aangenomen, omdat eiser veilig naar de genoemde gebieden kan reizen en zich daar redelijkerwijs kan vestigen. De stellingen van eiser over een humanitaire crisis en onveiligheid in Kameroen waren onvoldoende concreet onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het terugkeerbesluit. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.