ECLI:NL:RBDHA:2026:18636
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.M. van Veelen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken huwelijksgelijkwaardige partnerrelatie
Eiseres, partner van een asielvergunninghouder, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De minister wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat er sprake was van een partnerrelatie die gelijk te stellen is aan een huwelijk op het peilmoment van binnenkomst van de referent in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de relatie sinds 2016 bestond en duurzaam was, de feitelijke gezinsband ontbrak. Eiseres en referent hadden elkaar sinds 2016 niet meer fysiek gezien en onderhielden contact via chat en video. De verklaringen en overgelegde stukken toonden geen duurzame en exclusieve relatie aan zoals vereist.
De rechtbank verwierp het betoog dat sprake was van samenwoning en oordeelde dat de minister de hoorplicht niet had geschonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen wegens ontbreken van een huwelijksgelijkwaardige partnerrelatie.