ECLI:NL:RBDHA:2026:18656

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
NL26.20082
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-procedure verblijfsvergunning asiel

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Kroatië als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.

Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting.

De voorzieningenrechter constateert dat op dezelfde dag als de uitspraak in deze voorlopige voorziening ook uitspraak is gedaan in het hoofdberoep. Hierdoor is de voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wordt het verzoek afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.20082

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [v-nummer:],
(gemachtigde: mr. M.R. Verdoner),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Procesverloop

1. Bij besluit van 9 april 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
2.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. [1] Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

3. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. [2]
4. De rechtspraak heeft vandaag uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit beroep is geregistreerd onder kenmerk NL26.20081.
2.Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.