ECLI:NL:RBDHA:2026:18662
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende bewijs van gegronde vrees voor vervolging in Turkije
Eiser, een Turkse staatsburger van Koerdische en Alawitische afkomst, vroeg asiel aan in Nederland met het argument dat hij in Turkije wordt gediscrimineerd en vreest voor zijn veiligheid vanwege zijn achtergrond en de dienstplicht. Hij stelde dat hij bij terugkeer gevangen zou kunnen worden genomen of vermoord tijdens zijn militaire dienstplicht.
De minister van Asiel en Migratie erkende de discriminatie, maar vond deze niet zwaarwegend genoeg om asiel toe te kennen. Ook achtte de minister het risico op ernstige schade door dienstplichtvervulling onvoldoende aannemelijk, mede op basis van het meest recente Algemeen Ambtsbericht Turkije van februari 2025.
De rechtbank volgde de minister en oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. De oudere informatie van eiser werd minder zwaar gewogen dan het recente ambtsbericht. De rechtbank wees het beroep af en verklaarde het ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade loopt bij terugkeer naar Turkije.