ECLI:NL:RBDHA:2026:18678
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Nakoming rechterlijke uitspraken over levering woning en taxatiewaarde in echtscheidingsgeschil
Partijen zijn gescheiden en gezamenlijk eigenaar van een woning in Spanje. De man is volgens onherroepelijke rechterlijke uitspraken eigenaar van de woning geworden en moet de vrouw de helft van de waarde vergoeden. De waarde is bindend vastgesteld op €240.000 door een door partijen gekozen taxateur. De vrouw betwist de deskundigheid van deze taxateur en stelt een hogere waarde van €371.664,02.
De rechtbank oordeelt dat partijen gebonden zijn aan de taxatie van €240.000, omdat de vrouw zelf de taxateurs heeft voorgesteld en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het taxatierapport onaanvaardbaar is. De vrouw moet haar aandeel in de woning aan de man leveren en medewerking verlenen aan de overdracht.
De man heeft een vordering van €120.280,84 op de vrouw, die hij verrekent met de helft van de taxatiewaarde. De rechtbank bevestigt dat verrekening mogelijk is, ondanks dat de vrouw een hogere partneralimentatievordering heeft. De vordering tot betaling van het restantbedrag wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
De rechtbank legt een dwangsom op voor het geval de vrouw niet meewerkt en wijst de vordering van de vrouw om af te rekenen op basis van de hogere taxatie af. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Vrouw wordt veroordeeld tot medewerking aan levering woning tegen taxatiewaarde van €240.000; hogere taxatievordering wordt afgewezen.