ECLI:NL:RBDHA:2026:18679

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
C/09/706454 KG ZA 26-598
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting tot verstrekken informatie en medewerking verkoop woning voor ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid hypotheek

De vrouw heeft een kort geding aangespannen tegen de man om hem te veroordelen tot het verstrekken van informatie aan ING die nodig is voor haar ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van een hypothecaire geldlening. De man is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de vorderingen van de vrouw toewijsbaar zijn. De man krijgt veertien dagen na betekening van het vonnis om de gevraagde informatie te verstrekken en vijf maanden om het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te bewerkstelligen. Indien dit niet lukt, moet hij volledige medewerking verlenen aan de verkoop van de woning.

Er worden dwangsommen opgelegd om nakoming te stimuleren: €5.000 bij het niet verstrekken van informatie en €500 per dag bij het niet meewerken aan de verkoop, met een maximum van €25.000. De man wordt tevens veroordeeld tot betaling van bedragen die ING bij de vrouw heeft geïncasseerd tot het moment van ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.

Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot het verstrekken van informatie en medewerking aan verkoop woning om ontslag van de vrouw uit hoofdelijke aansprakelijkheid hypotheek te bewerkstelligen, met dwangsommen bij niet-nakoming.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/706454 KG ZA 26-598
Vonnis in kort geding van 7 juli 2026
in de zaak van
[de vrouw]te [woonplaats 1],
eiseres,
advocaat mr. C.E. van der Meijs,
tegen:
[de man]te [woonplaats 2],
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vrouw’ en ‘de man’.

1.De procedure

1.1.
De vrouw heeft de dagvaarding doen uitbrengen op 15 juni 2026 en heeft ter zitting van 30 juni 2026 bij de daarin opgenomen eis volhard.
1.2.
De man is behoorlijk opgeroepen tegen die terechtzitting, maar hij is daar niet verschenen.

2.De beoordeling van het geschil

2.1.
De vrouw heeft vorderingen ingesteld zoals opgenomen in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. Er is geen verweer gevoerd. De vorderingen zijn daarom toewijsbaar, tenzij deze de voorzieningenrechter ongegrond of onrechtmatig voorkomen. Daarbij zal de voorzieningenrechter zijn beslissing baseren op de bij dagvaarding gestelde feiten, omdat deze niet zijn weersproken. Gelet hierop oordeelt de voorzieningenrechter als volgt.
2.2.
De vordering om de man te veroordelen tot het verstrekken van de informatie die de ING nodig heeft om te bewerkstelligen dat de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypothecaire geldlening die betrekking heeft op de woning aan het adres [adres] te [plaats] is toewijsbaar met inachtneming van het volgende. De man krijgt een ruimere termijn van veertien dagen, na betekening van het vonnis, om de benodigde informatie aan ING aan te leveren. Daarnaast verleent de voorzieningenrechter de man vanwege de vakantieperiode een ruimere termijn om het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te bewerkstelligen. De man krijgt hiervoor vijf maanden de tijd vanaf de betekening van het vonnis. Indien het de man niet lukt om de vrouw binnen vijf maanden na betekening van het vonnis te laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, moet hij zijn volledige medewerking verlenen aan de verkoop van zijn woning aan het adres [adres] te [plaats].
2.3.
Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. De gevorderde dwangsommen worden gematigd en gemaximeerd.
2.4.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daarom zal het gevorderde worden toegewezen zoals uitgewerkt in de beslissing.
2.5.
In de omstandigheid dat partijen gewezen echtelieden zijn, wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
verleent verstek tegen de man;
3.2.
veroordeelt de man om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis de ING te voorzien van een kopie van zijn geldige legitimatiebewijs, zijn meest recente salarisstroken en jaaropgaven, een ingevulde en ondertekende werkgeversverklaring, recente bankafschriften, een overzicht van de huidige hypotheek en eventuele andere leningen of schulden en zijn pensioenoverzicht, alsmede om ING desgevraagd te voorzien van andere informatie die ING nodig heeft om het ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypothecaire geldlening die betrekking heeft op de woning aan het adres [adres] in [plaats], te beoordelen;
3.3.
veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 5.000 indien hij niet aan de in 3.2. uitgesproken veroordeling voldoet;
3.4.
in het geval de vrouw niet binnen vijf maanden na het vonnis is ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypothecaire geldlening voor de woning aan het adres [adres] in [plaats]: veroordeelt de man om zijn volledige medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning aan het adres de [adres] in [plaats] aan een derde, waarbij hij binnen één week na het verstrijken van de vijfmaandentermijn de verkoopopdracht aan een makelaar dient te geven en waarbij onder de medewerking aan de verkoop mede moet worden begrepen:
het meewerken aan en betalen van de plaatsing van advertenties online en in kranten, een bord in de tuin en affiches op de ramen;
het meedoen met openhuizendagen en het meewerken en aan bezichtigingen;
het opvolgen van de adviezen van de makelaar ten aanzien van de te hanteren marktconforme vraag- en laatprijs;
het tekenen van het koopcontract en de leveringsakte.
3.5.
bepaalt dat, op het moment waarop de man zich niet houdt aan de veroordeling onder 3.4, de man een dwangsom verbeurt van € 500 per dag of dagdeel waarop hij niet voldoet aan de veroordeling onder 3.4, tot een maximum van € 25.000;
3.6.
veroordeelt de man tot betaling van alle bedragen die door de ING bij de vrouw zijn geïncasseerd vanwege de hypothecaire geldlening tot de datum dat de vrouw is ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid;
3.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.8.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.9.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.L.M. Luiten en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.
3556