Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 189(plus de verhoging zoals vermeld onder de beslissing)
€ 189,00(plus de verhoging zoals vermeld onder de beslissing)
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een geschil tussen twee bedrijven over drie overeenkomsten betreffende onderhoud, reparatie en installatie van een stoomketelinstallatie. [partij A] vordert betaling van een onbetaalde factuur voor werkzaamheden onder Overeenkomst III. [partij B] verzet zich met een beroep op verrekening en opschorting vanwege schade door een eerdere drukexplosie en gebrekkige uitvoering van werkzaamheden onder Overeenkomst I.
De rechtbank oordeelt dat [partij B] de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van [partij A] heeft aanvaard, maar niet gebonden is aan de uitsluiting van opschorting en verrekening. Het beroep op verrekening wordt afgewezen omdat de tegenvorderingen niet eenvoudig vast te stellen zijn. Het beroep op opschorting slaagt echter voor de factuur van Overeenkomst III vanwege de samenhang met de schadeclaim uit Overeenkomst II, die reeds deels is toegewezen in een eerdere procedure.
In reconventie vordert [partij B] gedeeltelijke ontbinding en schadevergoeding wegens gebrekkige uitvoering van Overeenkomst I. De rechtbank oordeelt dat deze vorderingen zijn verjaard omdat de verjaringstermijn van twee jaar na ingebrekestelling is verstreken. De vorderingen worden daarom afgewezen. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten van de tegenpartij.
Uitkomst: De vordering tot betaling wordt afgewezen wegens geslaagd beroep op opschorting; de reconventionele vorderingen wegens gebrekkige uitvoering worden afgewezen wegens verjaring.