ECLI:NL:RBDHA:2026:18684

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
C/09/703521 / KG ZA 26-406
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.131 ADVArt. 2.129 ADVArt. 2.105 lid b ADV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanbesteding Politie voldoet niet aan artikel 2.131 ADV; vordering tot heraanbesteding toegewezen

De Politie organiseerde een niet-openbare Europese aanbesteding voor werkplekapparatuur en gerelateerde diensten, waarbij een raamovereenkomst met één opdrachtnemer zou worden gesloten. Dell, als potentiële onderaannemer, stelde dat de aanbesteding in strijd is met de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied (ADV), met name artikel 2.131, omdat essentiële voorwaarden zoals prijzen en technische specificaties niet vooraf vastliggen.

De voorzieningenrechter stelde vast dat de raamovereenkomst onvolledig is omdat inkoopprijzen en technische specificaties pas bij nadere overeenkomsten worden ingevuld en gewijzigd, wat niet is toegestaan volgens artikel 2.131 ADV en artikel 2.129 ADV. De Politie mag deze voorwaarden niet na het sluiten van de raamovereenkomst wijzigen, ook niet via een wijzigingsclausule. De opzet waarbij de reseller nadere uitvragen doet zonder aanbestedingsrechtelijke waarborgen sluit bovendien een deel van de markt uit.

De rechtbank wees de vordering van Dell toe om de aanbesteding te staken en bij voortzetting te heraanbesteden. Andere bezwaren van Dell werden deels niet ontvankelijk verklaard of niet verder behandeld omdat de hoofdgrond al tot toewijzing leidde. De Politie werd veroordeeld in de proceskosten van €2.229,65. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De aanbesteding voldoet niet aan artikel 2.131 ADV en moet worden gestaakt en heraanbesteed.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/703521 / KG ZA 26-406
Vonnis in kort geding van 30 juni 2026
in de zaak van
DELL B.V.te Amsterdam,
eiseres,
advocaten mr. S.P. Beenders en mr. T. Raats te Den Haag,
tegen:
de rechtspersoon met wettelijke taak POLITIEte Den Haag,
gedaagde,
advocaten mr. I.J. van den Berge en mr. M.A. Visser te Zwolle.
Partijen worden hierna ‘Dell’ en ‘de Politie’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 21 april 2026, met producties 1 tot en met 7;
- de akte intrekking en overlegging producties van Dell, waarbij Dell productie 1 heeft ingetrokken en aanvullende productie 8 heeft overgelegd;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 en 2.
1.2.
De mondelinge behandeling vond plaats op 9 juni 2026. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten nader toegelicht, Dell mede aan de hand van een overgelegde pleitnota. Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

Op grond van de stukken en op grond van wat er tijdens de zitting is besproken, wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
De Politie heeft een (niet openbare) Europese aanbesteding georganiseerd voor de levering van werkplekapparatuur en gerelateerde diensten. Op de aanbestedingsprocedure is de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied (hierna: ADV) van toepassing.
2.2.
De aanbestedingsprocedure en de eisen van de opdracht zijn omschreven in de selectieleidraad (hierna: de selectieleidraad) met bijbehorende bijlagen, waaronder een voorbeeldprijzenblad. Verder heeft de Politie twee nota’s van inlichtingen (hierna: NvI’s) gepubliceerd.
2.3.
De opdracht betreft de levering van standaard IT-hardware, waaronder beeldschermen, laptops, desktopcomputers en randapparatuur. De verwachte omvang van de opdracht ligt tussen de dertig en veertig miljoen euro per jaar (exclusief btw). De gunning van de raamovereenkomst vindt plaats op basis van de laagste inschrijfprijs.
2.4.
De opdracht is nader omschreven in paragraaf 1.2 van de selectieleidraad. Over de scope van de opdracht is daarin het volgende vermeld:
“De Opdracht omvat “Levering werkplekapparatuur en gerelateerde diensten”.
De volgende Produktgroepen zijn in scope:
 Vaste werkstations:
o Fatclients;
o Thinclients;
 Mobiele werkstations;
o Laptops;
 Beeldschermen;
o Monitoren (met dockingfunctionaliteit);
 Specials:
o Foto- /videoapparatur (analoog en digitaal incl. toebehoren) die wel is aangesloten aan een werkplek;
o Speciale monitoren;
o Pasjesprinter, vingerprintscanner en een documentscanner;
o Overige werkplekapparatuur, randapparatuur en Accesoires;
o Presenters voor bediening vergaderruimtes;
o Vergadermicrofoons;
o Dockingstations.
 Voor alle productgroepen:
o Het fungeren als contactpersoon voor de Politie. De Gegadigde hanteert een Nederlandstalige klantenservice waar de Politie meldingen kan doen over onder andere offertes, bestellingen, leveringen, een gebrek, garantie, klachten en overige aspecten. Waarbij Gegadigde borg staat voor een goede support en service, ook als dit wordt uitgevoerd door de Producent;
o Beveiligde opslag (VRKI-risicoklasse 3) in magazijn;
o Reinigen printkoppen van pasjesprinters;
o Projectmatige ondersteuning op urenbasis;
o Vernietiging van datadragers.
(…)”
2.5.
De Politie is voornemens de raamovereenkomst te gunnen aan één opdrachtnemer
– ook wel een
resellergenoemd - en daarnaast een wachtkamerovereenkomst te sluiten met een andere opdrachtnemer. De te sluiten raamovereenkomst heeft volgens de selectieleidraad een looptijd van initieel vier jaar en vier aanvullende opties tot verlenging van één jaar. Daarnaast verlangt de Politie van de opdrachtnemer dat deze tijdens de looptijd van de overeenkomst nadere uitvragen in concurrentie uitvoert (paragraaf 1.2 selectieleidraad):

Nadere uitvragen in concurrentie
Voor de productgroep Beeldschermen zal naar verwachting maximaal elke drie (3) jaren een uitvraag in concurrentie door de Opdrachtnemer moeten worden uitgevoerd. Voor de productgroepen werkstations (mobiel en vast) zal naar verwachting maximaal elke twee (2) jaren een uitvraag in concurrentie door de Opdrachtnemer moeten worden uitgevoerd.
Voor de productgroep specials wordt een eenmalig NOK [nadere overeenkomst, vzr.] afgesloten met een looptijd die gelijk is aan de looptijd van de Raamovereenkomst.
Via deze uitvragen in concurrentie krijgen alle door de Politie akkoord bevonden Producenten of distributeurs periodiek de mogelijkheid om in aanmerking te komen voor de leveringen van de betreffende productgroepen. Ten aanzien van de Producent of distributeur met het laagste bid (per productgroep) wordt met de Opdrachtnemer een NOK afgesloten.
Om de transparantie van de uitvragen te waarborgen moet de uitvraag aan de Producent of distributeurs in cc aan de Politie worden verstuurd. De Producent of distributeurs moeten hun bid/voorstel aan de Opdrachtnemer eveneens met de Politie in de cc versturen.
De ARBIT is van toepassing op de Raamovereenkomst. Vragen over de van toepassing zijnde Voorwaarden kunnen pas worden gesteld in de inschrijvingsfase, waarin ook de conceptovereenkomst ter beschikking wordt gesteld.”
2.6.
Paragraaf 1.3 selectieleidraad schrijft voor dat de inschrijvers moeten inschrijven met meerdere IT hardware merken (producenten), die door de Politie als onderaannemers worden beschouwd. Voor de productgroepen ‘vaste werkstations’, ‘mobiele werkstations’ en ‘beeldschermen’ moet de inschrijver met minimaal drie producenten inschrijven. Inschrijvers kunnen inschrijven met producenten die door de Politie zijn goedgekeurd op grond van door de Politie geformuleerde (en in de selectieleidraad neergelegde) criteria. Als een inschrijver bij zijn verzoek tot deelname andere dan de reeds door de Politie beoordeelde producenten opgeeft, moet de inschrijver aantonen dat deze aan de door de Politie criteria voldoen. De Politie toetst vervolgens of deze producenten aan de geformuleerde criteria voldoen.
2.7.
Voor de productgroep ‘specials’ geldt een primair offerterecht voor de opdrachtnemer van de raamovereenkomst, dat in paragraaf 1.3 selectieleidraad als volgt is omschreven:
“Voor de Productgroep specials geldt voor de producten een primair offerterecht voor de Opdrachtnemer van de Raamovereenkomst. Als de Politie bijzondere hardware en/of accessoires nodig heeft zal zij hiervoor een inkoop offerte aanvragen bij de Opdrachtnemer van de Raamovereenkomst. De Politie heeft daarentegen bij twijfel over de aangeboden offerte het recht om ook zelf een offerte uit te vragen (secundair offerte recht). Indien de offerte (die door de Politie is uitgevraagd) naar de mening van de Politie beter (bij een vergelijkbare kwaliteit een lagere prijs) is kan de Politie besluiten dat de Opdrachtnemer de door de Politie zelf uitgevraagde offerte moet overnemen. De overeengekomen opslagen (de vergoeding voor de geleverde diensten van de Opdrachtnemer) blijven van kracht en kunnen (naast de offerte met de inkoopprijzen) worden doorbelast aan de Politie.”
2.8.
Paragraaf 1.4 selectieleidraad bevat verder de volgende toelichting over de te sluiten raamovereenkomst:
“Op basis van deze aanbesteding wil de Politie met één (1) Inschrijver een Raamovereenkomst afsluiten. Met de Inschrijver die op de 2e plaats is geëindigd zal een wachtkamerovereenkomst worden afgesloten. De Politie werkt in deze aanbesteding dus niet met meerdere percelen. Dit vanwege het feit dat deze aanbesteding onder de ADV valt, maar ook omdat de Politie met één samenhangend hardware beleid wenst te werken.
De Politie ziet op dit moment het voorbeeld prijzenblad en de werking van de Raamovereenkomst als volgt voor zich, maar behoudt zich het recht voor om hier in de inschrijvingsfase nog wijzigingen aan te brengen. Vandaar ook dat het prijzenblad de status
heeft van voorbeeld.
In de inschrijvingsfase dienen Inschrijvers in het prijzenblad de inkoopprijzen per Producent te vermelden. Deze inkoopprijzen dienen te corresponderen met het bij te voegen bid van de betreffende Producent. Op deze wijze bieden we transparantie en zekerheid aan de betreffende Producenten: Producent met het scherpste bid komt in aanmerking voor levering.
Deze verplichting (bijvoegen bids Producenten) geldt ook voor de latere door de Opdrachtnemer van de Raamovereenkomst uit te voeren Nadere uitvragen.
Naar het zich nu laat aanzien zal in het prijzenblad in ieder geval de restwaarde van de inkoopprijs (dat wil zeggen: dat de Inschrijver een restwaarde kan opgeven voor de hardware welke na afloop van het gebruik door Politie door de Politie aan de Opdrachtnemer wordt teruggegeven. Deze restwaarde wordt verrekend met de door Inschrijver op te geven kosten.) moeten worden vermeld, evenals de kosten van de dienstverlening per product (dat wil zeggen: de kosten voor de door de Opdrachtnemer uit te voeren werkzaamheden per product, zoals nader wordt gespecificeerd in het PvE) en de prijsdevaluatie (dat wil zeggen: de mogelijkheid voor Opdrachtnemers om de inkoopprijs voor relatief nieuw geïntroduceerde hardware na een bepaalde periode te verlagen).
De Gunning vindt plaats op laagste prijs. Dat wil zeggen aan de Inschrijver met de laagste totale inschrijfprijs. Vervolgens wordt per Productgroep (uitgezonderd PG specials) bepaald welke Producent de laagste prijs heeft. Voor deze Producent met de laagste prijs wordt de eerste, NOK afgesloten met de Opdrachtnemer.
Voor afloop van deze NOK dient de Opdrachtnemer een nadere uitvraag uit te voeren. De Politie bepaalt wanneer deze nadere uitvraag moet worden uitgevoerd. Dit betekent dat de Opdrachtnemer bij alle betreffende Producenten een nieuwe prijsuitvraag uitzet, waarbij de Politie in de cc wordt meegenomen (zowel voor de prijsuitvraag alsook de bids van de Producenten). Op basis van de bids van de Producenten wordt op basis van laagste prijs per productgroep bepaald voor welke Producent een nieuwe NOK per Produktgroep wordt afgesloten.
Voor de productgroep Specials wordt een NOK afgesloten, zonder dat hierbij nadere afspraken over bijvoorbeeld Producenten worden vastgelegd.”
2.9.
De aanbestedingsprocedure is verdeeld in de selectiefase en de inschrijvingsfase. Op dit moment bevindt de aanbesteding zich in de selectiefase. In paragraaf 5.5 van de selectieleidraad is vermeld dat bij de inschrijvingsfase onder andere de volgende aanbestedingsstukken beschikbaar worden gesteld:
 Inschrijvingsleidraad;
 Definitief prijzenblad;
 Overeenkomst;
 Verwerkersovereenkomst;
 Toepasselijke Rijksvoorwaarden, te weten de Arbit; en
 Programma van eisen.
2.10.
Op 26 maart 2026 heeft Dell een klacht ingediend bij het Klachtenmeldpunt Inkoop van de Politie (hierna: het klachtenmeldpunt). Deze klacht komt er – samengevat – op neer dat verschillende elementen van de aanbesteding in strijd zijn met de ADV en de aanbestedingsrechtelijke beginselen. Daarnaast heeft Dell verzocht om de uiterste termijn voor het aanhangig maken van een kort geding en de uiterste termijn voor het indienen van een verzoek tot deelname te verlengen.
2.11.
Op 2 april 2026 heeft de Politie de uiterste inschrijftermijn voor de aanbesteding verplaatst naar 22 april 2026.
2.12.
Bij brief van 14 april 2026 heeft het klachtenmeldpunt aan Dell bericht dat het klachtenbehandelteam de klacht ontvankelijk heeft verklaard en tot het oordeel is gekomen dat de klachten van Dell ongegrond zijn, waarbij het klachtbehandelteam wel enkele adviezen en aanbevelingen aan het inkoopteam meegeeft ten behoeve van de inschrijvingsfase. Verder bericht het klachtenmeldpunt dat zij zich aansluit bij de bevindingen van het klachtenbehandelteam en dat zij de klacht van Dell daarom ongegrond verklaart.
2.13.
Op 21 april 2026 heeft Dell de Politie in kort geding gedagvaard.
2.14.
Op 22 april 2026 zijn de verzoeken tot deelname ingediend. De Politie beoogt om na het vonnis in kort geding de gegadigden te berichten of zij al dan niet zijn geselecteerd en de inschrijvingsleidraad aan de geselecteerde gegadigden te verzenden.

3.Het geschil

3.1.
Dell vordert – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair
I. de Politie gebiedt uiterlijk 48 uur na dagtekening van het vonnis de aanbesteding te staken en gestaakt te houden en dit aan geïnteresseerde partijen te communiceren;
II. de Politie gebiedt dat, als zij de opdracht nog steeds wenst te gunnen, dit uitsluitend te doen door middel van een nieuwe aanbestedingsprocedure en met inachtneming van het vonnis;
subsidiair
III. een zodanige andere voorziening treft als de voorzieningenrechter in goede justitie passend acht en die recht doet aan de belangen van Dell;
met veroordeling van Dell in de kosten van de procedure.
3.2.
Dell stelt dat verschillende elementen van de aanbesteding in strijd zijn met de ADV en de aanbestedingsrechtelijke beginselen. Het standpunt van Dell komt er in de kern op neer dat:
  • i) niet alle voorwaarden voor de gunning van nadere overeenkomsten zullen zijn bepaald in de raamovereenkomst;
  • ii) de inrichting van de aanbesteding de mededinging beperkt;
  • iii) de looptijd van de aanbesteding disproportioneel lang is en de mededinging verder beperkt;
  • iv) de Politie ten onrechte op laagste prijs gunt, zonder gedegen te motiveren waarom kwaliteit niet van belang zou zijn; en
  • v) de restwaarde voor de hardware niet op voorhand is in te vullen.
3.3.
De Politie voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.De beoordeling van het geschil

Belang van Dell als onderaannemer
4.1.
De Politie voert als meest verstrekkende verweer aan dat Dell als potentiële onderaannemer/Producent geen belang heeft om de opzet en de modaliteiten van de aanbesteding ter discussie te stellen. Dat verweer slaagt niet. Dell stelt zich – onder meer – op het standpunt dat de opzet van de aanbesteding in strijd is met de wet en dat zij daardoor in haar positie wordt geschaad. Volgens Dell is het gevolg van die buitenwettelijke opzet dat nadere opdrachten feitelijk aan de mededinging worden onttrokken, dat Dell niet vrij en open kan concurreren om de nadere opdrachten en dat zij de aanbestedingsrechtelijke waarborgen en bijbehorende rechtsbescherming mist. Daarmee heeft Dell als potentiële onderaannemer voldoende belang om bezwaar te maken tegen de opzet van de aanbesteding. Dat Dell door de Politie is goedgekeurd als potentiële onderaannemer en door alle inschrijvers is genoemd als één van de in te schakelen onderaannemers, doet aan dat belang niet voldoende af.
Belang van Dell bij specifieke bezwaren
4.2.
De Politie stelt verder dat Dell geen belang heeft bij de behandeling van de bezwaren (ii) tot en met (v) en dat bezwaar (v) bovendien prematuur is. De voorzieningenrechter zal dit verweer van de Politie, voor zover nodig, bij de afzonderlijke bezwaren bespreken.
Bezwaar (i) – niet alle voorwaarden zullen bepaald zijn in de raamovereenkomst
4.3.
Het eerste bezwaar van Dell komt erop neer dat de aanbesteding niet aan de eisen van artikel 2.131 ADV (en het daaraan ten grondslag liggende transparantiebeginsel) voldoet, omdat niet alle (essentiële) voorwaarden voor de gunning van nadere overeenkomsten in de raamovereenkomst zullen zijn bepaald. Volgens Dell staan zowel de prijzen als de producteisen en technische specificaties niet vast bij aanvang van de raamovereenkomst. De Politie is het daar niet mee eens. Volgens de Politie legt Dell artikel 2.131 ADV te beperkt uit en zijn de voorwaarden die in de raamovereenkomst worden opgenomen wel degelijk in lijn met de eisen die dit artikel stelt.
4.4.
De voorzieningenrechter moet dus beoordelen of de beoogde raamovereenkomst voldoet aan de eisen van artikel 2.131 ADV. Om die vraag te kunnen beantwoorden, is van belang hoe de raamovereenkomst eruit zal komen te zien. In deze fase van de aanbesteding is echter nog geen raamovereenkomst voorhanden. De voorzieningenrechter zal daarom uitgaan van de informatie over de (nog op te stellen) raamovereenkomst zoals volgt uit de selectieleidraad, de door partijen aangehaalde vragen en antwoorden in de NvI’s en de stellingen die de Politie daarover in haar conclusie van antwoord en op de zitting heeft ingenomen. Op basis van die informatie, rijst het volgende beeld.
  • De Politie wenst een raamovereenkomst te sluiten met één opdrachtnemer (de
  • De raamovereenkomst wordt gegund aan de reseller met de laagste totale inschrijfprijs.
  • Voor de productgroepen ‘vaste werkstations’, ‘mobiele werkstations’ en ‘beeldschermen’ moet de inschrijver met minimaal drie producenten inschrijven. Dat geldt niet voor de productgroep ‘specials’.
  • Zodra de winnende reseller is geselecteerd, wordt voor de productgroepen ‘vaste werkstations’, ‘mobiele werkstations’ en ‘beeldschermen’ afzonderlijk bepaald welke van de drie producenten de laagste inkoopprijs heeft geboden. De Politie sluit voor ieder van deze productgroepen een
  • Voor de productgroep ‘specials’ wordt slechts één nadere overeenkomst gesloten met de reseller, zonder dat daarbij nadere afspraken over bijvoorbeeld producenten worden vastgelegd. De reseller heeft voor de producten in deze productgroep een primair offerterecht. Per nadere uitvraag wordt gekeken wat de Politie op dat moment aan specials nodig heeft. De reseller kijkt op dat moment welke producent het – in zijn optiek – best passende product kan leveren. Voor de producten in deze productgroep zal de Politie een inkoopofferte aanvragen bij de reseller. Als de Politie twijfel heeft over de aangeboden offerte van de reseller, heeft de Politie het recht om ook zelf een offerte uit te vragen bij dezelfde producent (een secundair offerterecht). Als de Politie vindt dat de door haar uitgevraagde offerte beter is (een lagere prijs bij een vergelijkbare kwaliteit), kan de Politie besluiten dat de reseller de door de Politie uitgevraagde offerte moet overnemen. De afgesproken opslagen (de vergoeding voor de geleverde diensten van de reseller) blijven van kracht en kunnen (naast de offerte met de inkoopprijzen) worden doorbelast aan de Politie. Verder wordt in de raamovereenkomst opgenomen dat de reseller de specials tegen de laagst beschikbare prijs zal aanbieden.
4.5.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de inkoopprijzen voor de productgroepen ‘vaste werkstations’, ‘mobiele werkstations’ en ‘beeldschermen’ niet vastliggen bij aanvang van de looptijd van de raamovereenkomst. De inkoopprijzen die de winnende reseller voor deze productgroepen in het prijzenblad heeft ingevuld, gelden slechts voor de
eerstenadere overeenkomsten. Voor de daaropvolgende nadere overeenkomsten zal de winnende reseller immers een nieuwe uitvraag uitzetten. Daarnaast heeft de Politie de bevoegdheid om de technische specificaties van de hardware tijdens de looptijd van de raamovereenkomst te wijzigen met een beroep op een (nog vorm te geven) wijzigingsclausule. Hoewel de Politie stelt dat die bevoegdheid zal worden ingekaderd, heeft zij tegelijkertijd verklaard dat zij er niet aan zal ontkomen om de technische specificaties te wijzigen. De ervaring van de Politie leert namelijk dat producenten om de één tot twee jaar modellen vervangen en/of updaten, waardoor oude modellen (met bijbehorende specificaties) niet langer te bestellen zijn. De voorzieningenrechter acht het op basis van die verklaring zeer waarschijnlijk dat de Politie – op zich begrijpelijk - tijdens de looptijd van de raamovereenkomst gebruik zal maken van de wijzigingsbevoegdheid – en dus dat de technische specificaties – niet vastliggen – ook niet globaal - gedurende de looptijd van de raamovereenkomst.
4.6.
De vervolgvraag is of de raamovereenkomst voldoet aan de voorwaarden die artikel 2.131 ADV daaraan stelt. Dit artikel geeft voorschriften voor de plaatsing van opdrachten bij een raamovereenkomst met één ondernemer, en luidt als volgt:
1. Indien een raamovereenkomst is gesloten met een enkele ondernemer worden de op die raamovereenkomst gebaseerde opdrachten gegund volgens de in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden.
2. Opdrachten op basis van raamovereenkomsten met een enkele ondernemer kunnen worden gegund door die ondernemer schriftelijk te raadplegen en hem indien nodig te verzoeken zijn inschrijvingen aan te vullen.
4.7.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat, anders dan de Politie betoogt, artikel 2.131 ADV de Politie niet de ruimte geeft om de inkoopprijzen en de technische specificaties na het aangaan van de raamovereenkomst nader in te vullen c.q. te wijzigen.
4.8.
Een belangrijk aanknopingspunt voor dat oordeel vormt artikel 2.129 ADV, waarin staat dat partijen bij de plaatsingen van opdrachten die op een raamovereenkomst zijn gebaseerd, geen substantiële wijzigingen mogen aanbrengen in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden. Verder is de uitleg van de voorzieningenrechter van artikel 2.131 ADV in lijn met de uitleg die de Commissie van Aanbestedingsexperts (hierna: de CvAE) geeft aan het – vrijwel gelijkluidende – artikel 2.142 van de Aanbestedingswet 2012 (hierna: Aw). De CvAE heeft meerdere adviezen uitgebracht waarin zij overweegt dat een aanbesteder in strijd handelt met artikel 2.142 Aw als de voorwaarden waaronder de nadere opdrachten onder de raamovereenkomst zullen worden gegund onvoldoende in de raamovereenkomst zijn bepaald. Daarvan is volgens de CvAE sprake als een raamovereenkomst te ruim is geformuleerd en te veel ruimte laat voor nadere invulling bij het gunnen van de nadere opdrachten. [1] Volgens de CvAE biedt artikel 2.142 lid 2 Aw de aanbesteder weliswaar ruimte om de ondernemer schriftelijk te raadplegen en hem indien nodig te verzoeken zijn inschrijvingen aan te vullen, maar een dergelijk verzoek mag er niet toe leiden dat de essentiële elementen voor de te plaatsen overheidsopdrachten, zoals producteisen en prijzen, pas na het aangaan van de raamovereenkomst worden ingevuld. [2] Bij deze uitleg betrekt de CvAE ook de omstandigheid dat bij raamovereenkomsten met één ondernemer alleen bij de aanbesteding van de raamovereenkomst mededinging plaatsvindt, en niet bij het gunnen van nadere opdrachten. [3]
4.9.
De Politie heeft nog gewezen op paragraaf 2.2 van de
Explanatory Notevan de Europese Commissie (hierna: de Commissie) over raamovereenkomsten [4] , waaruit volgens haar blijkt dat het mogelijk is om een raamovereenkomst te sluiten met één ondernemer zonder dat die overeenkomst alle voorwaarden – waaronder prijzen – bevat en waarin minimale technische specificaties (voor computers) kunnen worden gegeven, zodat bij elke nadere overeenkomst de laatste modellen kunnen worden aangeboden. Dell heeft er echter op gewezen dat paragraaf 2.2 van deze
Explanatory Notezowel betrekking heeft op raamovereenkomsten met één ondernemer als op raamovereenkomsten met meerdere ondernemers. Daarmee is dus niet zonder meer gezegd dat de betreffende opmerkingen van de Commissie over prijzen en technische specificaties (ook) betrekking hebben op raamovereenkomsten met één ondernemer. De tekst van voetnoten 18 en 19 bij die paragraaf biedt juist een aanwijzing voor het tegendeel. In die voetnoten legt de Commissie een verband tussen het op een later moment bepalen van de prijs en de productspecificaties en het heropenen van de concurrentie (‘
reopening competition’) en dat lijkt eerder te duiden op een raamovereenkomst met meerdere ondernemers. De tekst van de
Explanatory Notebiedt dus onvoldoende houvast voor het standpunt van de Politie.
4.10.
Het is de Politie dus niet toegestaan om inkoopprijzen en de technische specificaties pas op een later moment in te vullen c.q. te wijzigen in de nadere overeenkomsten. Door dat wel te doen, handelt de Politie in strijd met artikel 2.131 ADV, nu de voorwaarden waaronder de nadere overeenkomsten zullen worden gesloten, onvoldoende zijn gespecificeerd. Hoewel de voorzieningenrechter zich goed kan voorstellen dat de Politie vanwege de marktkenmerken is gebaat bij flexibiliteit, neemt dat niet weg dat zij zich moet houden aan de voorschriften die de ADV stelt. Bovendien heeft de door de Politie gekozen opzet, waarbij niet de Politie, maar de reseller zelf (die anders dan de Politie niet aan de aanbestedingsrechtelijke beginselen gehouden is) na het einde van de
eerstenadere overeenkomsten een nieuwe uitvraag doet bij de door haar betrokken onderaannemers, bovendien tot gevolg dat een deel van de markt bij voorbaat wordt uitgesloten om mee te dingen onder de nieuwe voorwaarden.
4.11.
Dat betekent dat de aanbesteding in de huidige vorm niet kan worden voortgezet en er een heraanbesteding moet plaatsvinden als de Politie de opdracht nog wenst te gunnen.
De vorderingen van Dell tot staking van de aanbesteding en tot heraanbesteding van de opdracht (als de Politie de opdracht nog wenst te gunnen) zullen daarom worden toegewezen.
4.12.
Nu de vorderingen van Dell reeds om deze reden toewijsbaar zijn, behoeven de overige bezwaren van Dell geen bespreking meer. De Politie heeft de voorzieningenrechter echter verzocht om toch een inhoudelijk oordeel te geven over de overige bezwaren van Dell, zodat wordt voorkomen dat deze bezwaren in de inschrijvingsfase opnieuw naar voren worden gebracht. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om, kort en voor zover dat op dit moment opportuun is, een inhoudelijk oordeel te geven over de overige bezwaren van Dell.
Bezwaar (ii) – de inrichting van de aanbesteding beperkt de mededinging
4.13.
Het tweede bezwaar van Dell komt erop neer dat de inrichting van de aanbesteding door de Politie de mededinging beperkt. Zoals bij de bespreking van bezwaar (i) is vermeld, voldoet de aanbesteding niet aan de eisen van de ADV en kan de aanbesteding in deze vorm reeds daarom niet in stand blijven. Het tweede bezwaar, dat ook betrekking heeft op de opzet van de aanbesteding en hiervoor al kort is beoordeeld, behoeft geen nadere beoordeling meer.
Bezwaar (iii) – de looptijd van de aanbesteding is disproportioneel lang en beperkt de mededinging verder
4.14.
De selectieleidraad vermeldt dat de Politie een raamovereenkomst wenst te sluiten met een looptijd van initieel vier jaar en vier aanvullende opties tot verlenging van één jaar. In haar dagvaarding heeft Dell zich op het standpunt gesteld dat dit strijd oplevert met artikel 2.129 lid 3 ADV, dat bepaalt dat de looptijd van een raamovereenkomst niet langer is dan zeven jaar, uitzonderingen daargelaten. Naar aanleiding van dat bezwaar heeft de Politie toegezegd dat de raamovereenkomst een looptijd van initieel vier jaar en drie aanvullende verlengingsopties van één jaar zal hebben, zodat sprake is van een maximale duur van zeven jaar. Naar aanleiding van die toezegging heeft Dell tijdens de zitting verklaard dat zij dit bezwaar niet langer handhaaft. Dat betekent dat dit bezwaar geen bespreking meer behoeft.
Bezwaar (iv) – de Politie gunt onterecht op laagste prijs, zonder gedegen te motiveren waarom kwaliteit niet van belang zou zijn
4.15.
Verder maakt Dell bezwaar tegen het door de Politie gehanteerde gunningscriterium ‘laagste prijs’. Hoewel zij onderkent dat de Politie dit gunningscriterium op grond van artikel 2.105 onder b ADV mag hanteren, is zij van mening dat de Politie die keuze moet motiveren en dat de Politie dat heeft nagelaten. De Politie heeft er terecht op gewezen dat de ADV – anders dan de Aw – geen verplichting voor de aanbestedende dienst bevat om de keuze voor het gunningscriterium laagste prijs te motiveren. Zelfs als dit anders zou zijn, heeft de Politie die keuze naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gemotiveerd. In haar conclusie van antwoord heeft de Politie de bezwaren van Dell op dit punt geadresseerd en toegelicht waarom zij meent dat deze bezwaren moeten worden verworpen. Dell heeft vervolgens niet nader onderbouwd waarom de Politie haar keuze desondanks onvoldoende heeft gemotiveerd. De voorzieningenrechter gaat daarom voorbij aan dit bezwaar van Dell.
Bezwaar (v)
De restwaarde is op voorhand niet in te vullen
4.16.
Tot slot stelt Dell dat het niet mogelijk is om per producttype één restwaarde in te vullen, omdat de restwaarde per merk en per concreet product verschilt en afhangt van de staat van het product bij inname. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Dell onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt welk belang zij als potentiële onderaannemer heeft bij het adresseren van dit bezwaar. Zoals de Politie terecht heeft opgemerkt, is de reseller die een prijs voor dit onderdeel zal moeten invullen, en niet Dell als potentiële onderaannemer. Hoe Dell als gevolg van deze eis in haar positie wordt geraakt valt zonder nadere onderbouwing, die zij niet heeft gegeven, niet in te zien. Dell kan daarom niet worden ontvangen in dat bezwaar. Op voorhand acht de voorzieningenrechter het niet onmogelijk dat een reseller tot een gemiddelde restwaarde zou kunnen komen.
Slotsom en proceskosten
4.17.
Slotsom is dat de aanbesteding niet kan worden voortgezet en dat de Politie, als zij de opdracht alsnog wenst te gunnen, deze opnieuw zal moeten aanbesteden. De vorderingen van Dell zullen daarom worden toegewezen.
4.18.
De Politie is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Dell worden begroot op:
- dagvaarding € 128,65
- griffierecht € 735
- salaris advocaat € 1.177
- nakosten € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 2.229,65
4.19.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
gebiedt de Politie uiterlijk 48 uur na dagtekening van het vonnis de aanbesteding te staken en gestaakt te houden en dit aan geïnteresseerde partijen te communiceren;
5.2.
gebiedt de Politie om, als zij de opdracht nog steeds wenst te gunnen, dit uitsluitend te doen door middel van een nieuwe aanbestedingsprocedure en met inachtneming van het vonnis;
5.3.
veroordeelt de Politie in de proceskosten van € 2.229,65, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de Politie niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de Politie € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.
fjs

Voetnoten

1.CvAE 20 april 2026, advies 790, rn. 5.6.1, waarin zij verwijst naar: CvAE 17 februari 2022, advies 659, rn. 4.8.6; CvAE 20 november 2023, advies 699, rn. 5.15 en CvAE 29 september 2019, advies 545, rn. 5.10.
2.CvAE 20 april 2026, advies 790, rn. 5.6.5; CvAE 20 november 2023, advies 699, rn. 5.15.
3.CvAE 20 april 2026, advies 790, rn. 5.6.5.
4.Explanatory Note – Framework Agreements – Classic Directive, Ref. Ares(2016)810203 – 16/02/2016.