ECLI:NL:RBDHA:2026:1869

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
NL25.51743
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H. Hanssen - Telman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening na ongegrondverklaring asielberoep

Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie op 21 oktober 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

Op 30 januari 2026 vond de zitting plaats waarbij de gemachtigden van beide partijen aanwezig waren, maar verzoeker zelf niet. De voorzieningenrechter sloot het onderzoek op die zitting.

Op 4 februari 2026 deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.51742) en verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand bleef. Hierdoor was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk, en werd het verzoek daartoe door de voorzieningenrechter afgewezen.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard en het bestreden besluit in stand blijft.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.51743

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,
van Iraakse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. G.W. Wezelman).

Inleiding

1. Met het besluit van 21 oktober 2025 heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 januari 2026 samen met de behandeling van het beroep [1] , op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister deelgenomen. Verzoeker is niet verschenen. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak met nummer NL25.51742, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij ongegrond verklaard en het bestreden besluit is in stand gelaten. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL25.51742.