ECLI:NL:RBDHA:2026:18736
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke procedure vreemdelingenrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister van Asiel en Migratie een besluit genomen op 24 september 2025 om de aanvraag van verzoekster in de algemene procedure niet-ontvankelijk te verklaren. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank in een gelijktijdige uitspraak (zaaknummer NL25.47471) reeds op het beroep heeft beslist, is de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen als kennelijk ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 6 juli 2026 door de voorzieningenrechter en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.