Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
(gemachtigde: mr. E. Ebes),
Rechtbank Den Haag
Verzoeker had beroep ingesteld tegen de kennelijk ongegrondverklaring van zijn asielaanvraag. Nadat de minister het besluit op 9 juni 2026 had ingetrokken, trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De minister baseerde de intrekking op een besluit- en vertrekmoratorium voor Iran dat sinds 23 maart 2026 van kracht is, vanwege onzekerheid over de situatie in Iran en de gevolgen voor internationale bescherming. De rechtbank oordeelde dat deze situatie gelijkgesteld kan worden met tegemoetkomen zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht.
Daarom is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 934,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker ter hoogte van € 934,- na intrekking van het asielbesluit.