ECLI:NL:RBDHA:2026:18764
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vrijheidsontnemende maatregel aan grens op grond van Vreemdelingenwet
De zaak betreft een beroep tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan eiser op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwist de rechtmatigheid van deze maatregel en vordert tevens een schadevergoeding.
De rechtbank stelt vast dat eiser terecht aan een toegangscontrole is onderworpen omdat hij vanuit een niet-EU-land de grens is gepasseerd zonder geldig reisdocument en met een asielverzoek. Hoewel eiser vluchtelingenstatus heeft in Griekenland, is hij niet van plan daarheen terug te keren, maar heeft hij een asielaanvraag in Nederland ingediend. De rechtbank oordeelt dat de vrijheidsontnemende maatregel daarom rechtmatig is en voldoet aan de wettelijke voorwaarden.
Verder is het onderzoek naar de toelating van eiser nog gaande, waardoor voortzetting van de maatregel gerechtvaardigd is. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een lichtere maatregel rechtvaardigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.