ECLI:NL:RBDHA:2026:18766
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende man, diende op 30 december 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Polen verantwoordelijk werd geacht op grond van een eerdere geldige verblijfstitel van eiser in Polen.
Eiser voerde aan dat zijn Nederlandse echtgenote psychische klachten heeft en recent een miskraam heeft gehad, waardoor zij afhankelijk is van zijn steun en niet naar Polen kan verhuizen. Hij stelde dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening toegepast had moeten worden om zijn aanvraag in Nederland te behandelen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn overdracht aan Polen een onevenredige hardheid oplevert. De emotionele en praktische steun die eiser aan zijn echtgenote biedt, kan ook op afstand plaatsvinden, zoals in het verleden is gebleken. Bovendien ontvangt de echtgenote in Nederland al medische en psychische zorg en heeft zij een sociaal netwerk.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht heeft besloten de asielaanvraag niet in behandeling te nemen en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.