ECLI:NL:RBDHA:2026:18771

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
C/09/692397 / FA RK 25-7391
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder wegens moeizame communicatie en contactgebrek vader

De moeder verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. De ouders zijn sinds 2014 gescheiden en oefenen momenteel gezamenlijk gezag uit. De moeder stelt dat de omstandigheden zijn gewijzigd doordat er al langere tijd geen contact is tussen de vader en het kind en de communicatie tussen de ouders zeer moeizaam verloopt.

Tijdens de zitting erkent de vader het contactgebrek en geeft aan dat het voor hem lastig is om mee te beslissen over het kind zonder contact met zowel het kind als de moeder. Hij staat daarom achter het verzoek om het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te kennen. De rechtbank constateert dat het contact tussen vader en kind de afgelopen twee jaar vrijwel ontbreekt en dat de moeizame communicatie leidt tot problemen bij het verkrijgen van toestemming voor belangrijke beslissingen, zoals vakanties en studiekeuze.

De rechtbank oordeelt dat het in het belang van het kind is om het gezamenlijk gezag te beëindigen en de moeder het eenhoofdig gezag toe te kennen, om te voorkomen dat het kind klem komt te zitten tussen de ouders. Tegelijkertijd benadrukt de rechtbank dat het beëindigen van het gezamenlijk gezag het contact tussen vader en kind niet in de weg staat en moedigt zij de vader aan om het contact te herstellen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad gegeven.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe en kent haar het eenhoofdig gezag toe over het minderjarige kind.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7391
Zaaknummer: C/09/692397
Datum beschikking: 8 juni 2026

Gezag

Beschikking op het op 29 september 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.O. Perquin te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift van de moeder.
Op 11 mei 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat, de vader en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
De minderjarige [de minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Feiten

- De vader en de moeder zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2008 tot [datum 2] 2014.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind,
[de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] .
- De hoofdverblijfplaats heeft [de minderjarige] bij de moeder.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de moeder nu verzoekt haar met het eenhoofdig gezag over de minderjarige [de minderjarige] te belasten.
De moeder doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden zijn gewijzigd.

Beoordeling

Juridisch kader
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien de omstandigheden zijn gewijzigd. Op grond van het tweede lid van datzelfde artikel, in samenhang met artikel 1:251a eerste lid van het BW, kan de rechter slechts bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt, indien:
er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De rechtbank is gebleken dat de omstandigheden zijn gewijzigd, omdat al langere tijd geen contact bestaat tussen [de minderjarige] en de vader en daarnaast de communicatie tussen de ouders al lang zeer moeizaam verloopt. De moeder kan daarom worden ontvangen in haar verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder geeft aan dat de communicatie tussen haar en de vader al langere tijd zeer moeizaam verloopt. Het enige moment van contact dat bestaat is wanneer de moeder een handtekening van de vader nodig heeft. bijvoorbeeld voor een vakantie. De vader heeft tot nog toe altijd meegewerkt, maar hij heeft volgens de moeder meermaals aangegeven dat hij niets meer met de moeder en/of [de minderjarige] te maken wil hebben. De moeder acht het daarom in het belang van [de minderjarige] dat zij zelfstandig noodzakelijke beslissing over [de minderjarige] kan nemen.
De vader erkent dat er al een langere tijd geen contact is tussen hem en [de minderjarige] . Het is voor de vader lastig om mee te beslissen over [de minderjarige] als er zo weinig contact is met [de minderjarige] en de moeder. De vader heeft daardoor het gevoel dat zijn stem er niet toe doet. Het lijkt hem daarom ook beter om de moeder met het eenhoofdig gezag te belasten zodat zij de keuzes over [de minderjarige] zelfstandig kan maken.
Uit de stukken en op de zitting is de rechtbank gebleken dat er de afgelopen twee jaar nauwelijks contact is geweest tussen de vader en [de minderjarige] . Daarnaast verloopt het contact tussen de moeder en de vader erg moeizaam. De moeizame communicatie heeft tot gevolg dat de toestemming voor bijvoorbeeld een vakantie niet of zeer lastig te verkrijgen is voor de moeder. De ouders zijn ook niet in staat om te overleggen over de studiekeuze van [de minderjarige] die op korte termijn gemaakt moet worden. Door het gezamenlijk gezag in stand te laten, dreigt [de minderjarige] klem of verloren te raken. De moeder te belasten met het eenhoofdig gezag acht de rechtbank in het belang van [de minderjarige] nodig. De rechtbank zal daarom het verzoek van de moeder toewijzen en haar met het eenhoofdig gezag belasten.
Op de zitting is wel gebleken dat de vader het contact met [de minderjarige] weer zou willen opbouwen. Ook de moeder staat hierachter. Het staat de vader vrij om contact op te nemen met [de minderjarige] . Het sturen van een (app)bericht aan [de minderjarige] zou al een mooi begin zijn. De rechtbank vindt dat het beëindigen van gezamenlijk gezag niet af mag doen aan de mogelijkheid om het contact tussen de vader en [de minderjarige] te herstellen en weer op te bouwen.

BeslissingDe rechtbank:

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 2] 1971 te [geboorteplaats 2] , het gezag zal toekomen over de minderjarige:
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] ,
en verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door mr. R Warmerdam als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juni 2026.