Uitspraak
Gezag, zorg- c.q. omgangsregeling en kinderalimentatie
Beschikking op het op 1 september 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- het verzoekschrift van de vader;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken van de moeder;
- het F9-formulier van 30 april 2026 van de moeder, met bijlagen;
- het verweerschrift tegen de zelfstandige verzoeken tevens houdende aanvullende verzoeken van de vader;
- het F9-formulier van 7 mei 2026 van de moeder, met bijlage;
- het F9-formulier van 8 mei 2026 van de vader, met bijlage;
- het F9-formulier van 8 mei 2026 van de moeder, met bijlage.
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
Verzoek en verweer
- de ouders voortaan gezamenlijk te belasten met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ;
- een zorgregeling tussen de vader en de kinderen te bepalen, in die zin dat:
- te bepalen dat de moeder de vader minimaal iedere maand per e-mail informeert over de ontwikkeling van de kinderen op school, in hun vrije tijd, in hun relaties met vrienden/vriendinnen, alsmede over hun lichamelijk en geestelijk welzijn;
- te bepalen dat de vader aan de moeder per datum indiening verzoekschrift, te weten 17 maart 2026, € 53,- per maand per kind aan kinderalimentatie, telkens bij vooruitbetaling, dient te voldoen;
- de ouders te verwijzen naar [hulpverlener 1] , voor het volgen van een traject Ouderschapsbemiddeling dan wel Parallel Solo Ouderschap;
- te bepalen dat de moeder het eenhoofdig gezag verkrijgt over [minderjarige 1] ;
- te bepalen dat [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in de reguliere schoolweken eens per vier weken van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de vader verblijven, alsmede wekelijks van maandag uit school tot dinsdag 19:00 uur;
- de volgende vakantie- en feestdagenregeling te bepalen:
Beoordeling
- Welke vorm van gezag acht de Raad in het belang van de kinderen?
- Ziet de Raad mogelijkheden voor en/of belemmeringen bij de gezamenlijke uitvoering van het gezag door de ouders? Wat is er nodig om eventuele belemmeringen op te heffen?
- Hoe dient de zorg- c.q. omgangsregeling met de vader er qua aard, duur en frequentie uit te zien?
- Is (nadere) hulpverlening voor de vader, de moeder en/of de kinderen noodzakelijk? Zo ja, welke hulpverlening wordt geadviseerd?
voorlopigezorg- c.q. omgangsregeling bepalen.
voorlopigeomgangsregeling, in die zin dat zij in de oneven weken van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de vader verblijven, alsmede in de even weken van woensdag uit school tot donderdag naar school. Daarbij houdt de rechtbank rekening met hetgeen in de stukken en ter zitting is aangevoerd betreffende de behoefte van [minderjarige 3] aan (extra) structuur.
voorlopigezorg- c.q. omgangsregeling bepalen. De rechtbank bepaalt dat [minderjarige 1] drie keer per maand naar de vader gaat, waarvan twee weekenddagen van 10:00 uur tot na het avondeten en één doordeweekse dag uit school tot na het avondeten, in onderling overleg met de vader te bepalen.
- Zomervakantie 2026: conform het verzoek van de vader verblijven [minderjarige 2] en [minderjarige 3] de eerste drie weken van de zomervakantie bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder. Daarnaast verblijft [minderjarige 1] gedurende de zomervakantie zeven dagen bij de vader van 10:00 uur tot na het avondeten, in onderling overleg met de vader te bepalen;
- Herfstvakantie 2026: omdat de kinderen in 2025 de herfstvakantie bij de vader hebben doorgebracht, zullen zij ( [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ) aankomende herfstvakantie bij de moeder verblijven;
- Kerst(vakantie) 2026: conform het verzoek van de moeder verblijven [minderjarige 2] en [minderjarige 3] de eerste week van de kerstvakantie (minus tweede kerstdag) van vrijdag uit school tot vrijdag 19:00 uur bij de vader en de tweede week van de kerstvakantie van vrijdag 19:00 uur tot maandag naar school bij de moeder. Daarbij geldt dat [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tweede kerstdag (26 december) van 12:00 uur tot 27 december 12:00 uur bij de moeder doorbrengen. Daarnaast verblijft [minderjarige 1] in de kerstvakantie eerste kerstdag (samen met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ) bij de vader, alsmede nog twee dagen van 10:00 uur tot na het avondeten, in onderling overleg met de vader te bepalen.
- de datum waarop de omstandigheden intreden die voor de onderhoudsverplichting bepalend zijn;
- de datum van indiening van het verzoekschrift;
- de datum van de beschikking.
- de pensioenpremie van (gemiddeld) € 207,- per maand;
- de premie voor nabestaandenpensioen van (gemiddeld) € 6,- per maand;
- de aanvullende pensioenpremie van (gemiddeld) € 4,- per maand;
- de arbeidsongeschiktheid premie van (gemiddeld) € 15,- per maand.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting;
- de inkomensafhankelijke combinatiekorting;
- het kindgebonden budget;
- de alleenstaande ouderkop.
voorlopigezorg- c.q. omgangsregeling bepalen. Gelet daarop ziet de rechtbank aanleiding om een zorgkorting van 35% te hanteren ten aanzien van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en een zorgkorting van 5% ten aanzien van [minderjarige 1] . De zorgkorting bedraagt dan € 414,- per maand (in totaal) voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en € 30,- per maand voor [minderjarige 1] . In het geval de definitieve zorg- c.q. omgangsregeling zal leiden tot een andere zorgkorting, staat het partijen vrij om aan de hand van de hierbij door de rechtbank vastgestelde gegevens een berekening te maken met de gewijzigde zorgkorting.
- In de zomervakantie ga je zeven dagen van 10 uur tot na het avondeten naar je vader. Jij beslist samen met je ouders welke dagen dat zijn;
- In de herfstvakantie ga je niet naar je vader;
- In de kerstvakantie ben je eerste kerstdag samen met je broers bij je vader. Verder ben je dan nog twee dagen van 10 uur tot na het avondeten bij je vader, waarbij jij weer met je ouders beslist welke dagen dat zijn.
Beslissing
voorlopigin de oneven weken van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de vader verblijven, alsmede in de even weken van woensdag uit school tot donderdag naar school;
voorlopigdrie keer per maand naar de vader gaat, waarvan twee weekenddagen van 10:00 uur tot na het avondeten en één doordeweekse dag uit school tot na het avondeten, in onderling overleg met de vader te bepalen;
voorlopigevakantie- en feestdagenregeling:
- Zomervakantie 2026: [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven de eerste drie weken van de zomervakantie bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder. Daarnaast verblijft [minderjarige 1] gedurende de zomervakantie zeven dagen bij de vader van 10:00 uur tot na het avondeten, in onderling overleg met de vader te bepalen;
- Herfstvakantie 2026: de kinderen ( [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ) verblijven bij de moeder;
- Kerst(vakantie) 2026: [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven de eerste week van de kerstvakantie (minus tweede kerstdag) van vrijdag uit school tot vrijdag 19:00 uur bij de vader en de tweede week van de kerstvakantie van vrijdag 19:00 uur tot maandag naar school bij de moeder. Daarbij geldt dat [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tweede kerstdag (26 december) van 12:00 uur tot 27 december 12:00 uur bij de moeder doorbrengen. Daarnaast verblijft [minderjarige 1] eerste kerstdag bij de vader, alsmede nog twee dagen van 10:00 uur tot na het avondeten, in onderling overleg met de vader te bepalen;
15 februari 2027 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
ten aanzien van het gezag en de zorg- c.q. omgangsregelingaan in afwachting van het raadsonderzoek en de resultaten van het traject Ouderschapsbemiddeling.