ECLI:NL:RBDHA:2026:18792

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
C/09/706383 / FA RK 26-5533
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens ontbreken onmiddellijk dreigend ernstig nadeel

De officier van justitie verzocht op 4 juni 2026 om voortzetting van een crisismaatregel ten aanzien van betrokkene, die sinds 3 juni 2026 in een zorgaccommodatie verblijft. Betrokkene betwistte de diagnose van een bipolaire stoornis met manische decompensatie en gaf aan vier maanden geleden in overleg met zijn behandelend psychiater te zijn gestopt met medicatie vanwege bijwerkingen en gebrek aan effect.

Tijdens de zitting op 8 juni 2026 werd betrokkene gehoord, evenals een psychiater die betrokkene onderzocht had maar niet bij de behandeling betrokken was. De psychiater kon geen bevestiging geven van de bipolaire stoornis en constateerde dat betrokkene sinds opname geen roekeloos gedrag vertoonde en openheid gaf over zijn financiële situatie. Er was geen bewijs van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

De rechtbank overwoog dat betrokkene bereid is vrijwillig mee te werken aan zorg en dat zijn netwerk adequaat kan ingrijpen indien nodig. Hoewel een psychische stoornis en ernstig nadeel niet volledig zijn uit te sluiten, rechtvaardigt dit de crisismaatregel niet langer. Daarom werd het verzoek tot voortzetting afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/706383 / FA RK 26-5533
Datum beschikking: 8 juni 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 4 juni 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [instelling] te [plaats] ,
advocaat: mr. A.M.D. Naarden te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 3 juni 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 3 juni 2026 ondertekende medische verklaring van P.M. van der Putten, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de psychiater, [naam] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Er is door en namens betrokkene verzocht het verzoek af te wijzen. Betrokkene is ontregeld geraakt na zijn vakantie doordat er veel gebeurd is in deze vakantie, ook met betrekking tot zijn vrouw, en door zorgen rondom zijn huis. Betrokkene betwist echter dat er sprake zou zijn van een bipolaire stoornis met manische decompensatie. Dit is tevens een paar maanden geleden bevestigd door de psychiater waarbij betrokkene toentertijd onder behandeling was. Het ging juist in de afgelopen vier maanden een stuk beter met betrokkene. Het klopt dat betrokkene vier maanden geleden is gestopt met zijn medicatie, maar dat was in overleg met de behandelend psychiater. Betrokkene had namelijk erg veel last van bijwerkingen en de medicatie had niet de gewenste werking. Betrokkene nam de medicatie toen al onder protest, maar heeft hier wel altijd aan meegewerkt. Er is geen sprake van ernstig nadeel. Wanneer wel wordt bevonden dat sprake is van ernstig nadeel, is betrokkene bereid om in de komende periode nog vrijwillig mee te werken met het ontvangen van zorg. Wanneer wordt besloten dat het het beste is voor betrokkene en zijn gezin als hij nog een periode in de accommodatie of elders moet verblijven, zal hij dit, weliswaar onder protest, accepteren. Betrokkene wil echter juist in de komende periode dat zijn vrouw de zorg krijgt die zij nodig heeft.
De psychiater heeft verklaard dat hij op dit moment niet kan vaststellen dat sprake zou zijn van een bipolaire stoornis met manische compensatie, zoals in de medische verklaring wordt weergegeven. Hoewel betrokkene hooguit wat breedsprakig kan zijn in gesprek en er symptomen van manie kunnen zijn wanneer hij stress ervaart, kunnen deze symptomen ook op andere manieren worden verklaard. Ook is betrokkene in gesprek goed te volgen wanneer en logisch in hetgeen hij vertelt. Betrokkene heeft sinds zijn opname geen roekeloos gedrag vertoont en is ook zonder problemen naar buiten geweest en weer naar de accommodatie gekomen. Hoewel er zorgen zijn over financiële onrust bij betrokkene en ondoordachte uitgaven, heeft betrokkene hierin openheid van zaken gegeven en zich sinds zijn opname aan afspraken omtrent zijn rekeningen gehouden. Ook heeft betrokkene zijn medicatie van de vorige psychiater altijd genomen, ook al was hij het hier zelf niet mee eens. Hiernaast klopt hetgeen wat betrokkene heeft verklaard met betrekking tot het in overleg stoppen van zijn medicatie een paar maanden geleden en dat zijn psychiater toen heeft vastgesteld dat er geen sprake zou zijn van een bipolaire stoornis. De psychiater ziet wel dat er zorgen zijn geuit vanuit het netwerk van betrokkene over mogelijk onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, maar hij kan deze zorgen niet verifiëren. Betrokkene is lange tijd niet in zorg geweest, wat goed is gegaan. Betrokkene laat zien dat hij wil meewerken, en dit moet gehonoreerd worden zodat betrokkene de kans krijgt om te laten zien dat het hem zelf lukt. Wanneer het niet goed gaat, heeft betrokkene een uitgebreid netwerk dat aan de bel kan trekken.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat bij betrokkene op dit moment geen sprake meer is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De psychiater heeft ter zitting verklaard dat het goed gaat met betrokkene sinds zijn opname en dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een psychische stoornis zoals in de medische verklaring wordt weergegeven. De psychiater heeft hiernaast verklaard dat eventueel ernstig nadeel niet geverifieerd kan worden en dat dit ook niet op de afdeling wordt waargenomen. Betrokkene geeft openheid van zaken en is bereid vrijwillig mee te werken aan zorg. Hierbij overweegt de rechtbank in het bijzonder dat betrokkene heeft aangegeven, al dan niet onder protest, in de accommodatie of elders te zullen verblijven de komende periode als dit in zijn belang en dat van zijn gezin wordt geacht. De rechtbank is het met de psychiater eens dat de vrijwilligheid die betrokkene laat zien moet worden gehonoreerd en dat hij de kans moet krijgen te laten zien dat het hem, met hulp van zijn netwerk en behandelaren, lukt om de voor hem noodzakelijk geachte zorg te accepteren en de rust weder te laten keren. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat, hoewel een psychische stoornis en ernstig nadeel op dit moment niet volledig uitgesloten kan worden, dit de crisismaatregel niet langer kan rechtvaardigen.
Gelet op het voorgaande zal het verzoek tot een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.C. Limbeek, rechter, bijgestaan door mr. M. van Leeuwen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 08 juni 2026.