ECLI:NL:RBDHA:2026:18800

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
C/09/703571 / JE RK 26-649
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling minderjarige ondanks spanningen en huiselijk geweld

De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige vanwege langdurige spanningen en huiselijk geweld tussen de ouders, ondanks eerdere hulpverleningstrajecten. De ouders zijn gehuwd en hebben het ouderlijk gezag, waarbij de minderjarige bij hen woont. De ondertoezichtstelling was reeds verlengd tot 17 juni 2026.

Tijdens de zitting verklaarden beide ouders dat zij willen scheiden en dat de vader sinds enkele weken niet meer thuis woont, wat tot meer rust heeft geleid. De minderjarige toont geen substantiële kindsignalen die duiden op ernstige bedreiging van haar ontwikkeling en doet het goed op school, waar zij gesprekken voert met een zorgcoördinator. De minderjarige staat niet open voor gesprekken met de jeugdbeschermer.

De kinderrechter overweegt dat ondanks de langdurige spanningen en eerdere hulpverlening het patroon niet is doorbroken, maar dat een korte verlenging van de ondertoezichtstelling geen meerwaarde heeft. De neutrale en onafhankelijke ondersteuning van de zorgcoördinator op school wordt als voldoende beschouwd. Daarom wordt het verzoek tot verlenging afgewezen. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden.

Uitkomst: Verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen wegens onvoldoende ernstige bedreiging en voldoende alternatieve ondersteuning.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/703571 / JE RK 26-649
Datum uitspraak: 8 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling (afwijzing)
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in Den Haag,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in Den Haag.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 17 april 2026;
- de brief van de moeder met bijlage van 5 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft een brief gestuurd en een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn met elkaar gehuwd.
2.2.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.3.
[de minderjarige] woont bij de ouders.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 december 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 17 juni 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt toegelicht. [de minderjarige] is thuis al langere tijd getuige van de spanningen en het huiselijk geweld tussen de ouders. Ondanks de inzet van Veilig Verder Thuis en een traject bij de Waag is het tot op heden niet gelukt om het patroon te doorbreken. De ouders lijken nu alsnog te gaan scheiden en de afgelopen periode is iets meer inzicht in de dynamiek binnen het gezin gekomen. De scheiding van de ouders brengt mogelijk meer rust in de thuissituatie, maar het proces zal ook voor spanningen zorgen bij [de minderjarige] en haar oudere broer en zus. Het is van belang dat [de minderjarige] haar eigen stem daarin naar voren kan brengen en voldoende gehoord wordt. De gecertificeerde instelling was er niet van op de hoogte dat [de minderjarige] gesprekken heeft met de zorgcoördinator op haar school. [de minderjarige] laat verder geen kind signalen zien en doet het goed op school. Verlenging van de ondertoezichtstelling voor zes maanden is nodig met als doel om een verklarende analyse (het patroon) te formuleren om te kunnen bepalen of er nog mogelijkheden zijn voor het inzetten van hulpverlening. Op dit moment is er wegens uitval geen vaste jeugdbeschermer betrokken, maar als de ondertoezichtstelling wordt verlengd is het voornemen een nieuwe jeugdbeschermer daarvoor aan te stellen.

4.De standpunten

4.1.
De moeder heeft verklaard dat er sprake is van een patroon dat niet doorbroken wordt. Veilig Verder Thuis is betrokken geweest, maar heeft daar geen verandering in kunnen brengen. Ook de ondertoezichtstelling heeft tot nu toe niet voor verandering gezorgd. De moeder zal binnenkort met haar advocaat het verzoek tot echtscheiding indienen. De vader verblijft sinds drie weken niet meer thuis waardoor er meer rust is gekomen en er geen politiemeldingen meer zijn geweest. [de minderjarige] laat ook weerstand zien ten aanzien van de jeugdbeschermer en wil geen gesprekken met haar voeren. [de minderjarige] lijdt wel onder de situatie en voert op school gesprekken met de zorgcoördinator. [de minderjarige] heeft haar nu twee keer gesproken na de laatste incidenten thuis en haar toetsen zijn verplaatst. [de minderjarige] heeft een goede band met haar oudere broer en zus, maar je merkt bij hen ook spanningen door wat zij hebben meegemaakt.
4.2.
De vader heeft verklaard dat de ondertoezichtstelling voor weinig verandering heeft gezorgd. De vader vindt het belangrijk dat [de minderjarige] gehoord wordt en haar verhaal kwijt kan bij een neutraal persoon, maar dat kan ook zonder ondertoezichtstelling. De vader hoort op de zitting voor het eerst dat [de minderjarige] gesprekken heeft met de zorgcoördinator van school. De vader staat achter de door de moeder gewenste echtscheiding. Hij heeft eerder geprobeerd om dat gezamenlijk te regelen met de moeder via een mediator, maar dat is destijds niet gelukt. De vader ervaart ook meer rust nu hij niet meer met de moeder woont, maar de spanningen in de thuissituatie komen niet alleen door de relatieproblematiek van de ouders maar is complexer omdat er ook spanningen zijn tussen de kinderen onderling.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter overweegt het volgende. In de thuissituatie is al lange tijd sprake van een spanningsvolle relatie en huiselijk geweld tussen de ouders wat zijn weerslag heeft op het welzijn van alle kinderen in het gezin, waaronder [de minderjarige] . Hoewel [de minderjarige] last heeft van de situatie doet zij het goed op school en laat zij geen substantiële kindsignalen zien die naar het oordeel van de kinderrechter maken dat er sprake is van een ernstige bedreiging in haar ontwikkeling. Daarbij overweegt de kinderrechter evenzeer als volgt. Ondanks de betrokkenheid van de hulpverlening, zowel in het vrijwillig kader voorafgaand aan de ondertoezichtstelling (onder meer Veilig Verder Thuis en De Waag) als gedurende de ondertoezichtstelling die sinds december 2024 loopt, is het niet gelukt om dit patroon te doorbreken. Op de zitting hebben beide ouders aangegeven dat zij willen scheiden. De moeder heeft al contact gehad met een advocaat en zal het verzoek daartoe binnenkort indienen. De vader woont sinds een aantal weken niet meer bij de moeder en de kinderen waardoor er meer rust is gekomen in de thuissituatie. Dit blijkt zowel uit de verklaring van de beide ouders als uit de verklaring van [de minderjarige] in het kindgesprek. De kinderrechter ziet ook geen meerwaarde in een korte verlenging van de ondertoezichtstelling om nog een verklarende analyse uit te uitvoeren. De kinderrechter overweegt dat de Raad voor de Kinderbescherming ten behoeve van het eerste verzoek tot ondertoezichtstelling uitgebreid onderzoek hiernaar heeft gedaan. Verder is iedereen het erover eens dat het voor [de minderjarige] van belang is dat ze een neutraal en onafhankelijk persoon heeft bij wie ze haar verhaal kwijt kan. Vast staat dat [de minderjarige] niet openstaat voor gesprekken met de jeugdbeschermer, zodat de jeugdbeschermer die rol niet voor haar kan vervullen. Op de zitting is gebleken dat [de minderjarige] inmiddels gesprekken heeft met de zorgcoördinator op school, waardoor het hebben van gesprekken met een neutraal en onafhankelijk persoon naar het oordeel van de kinderrechter op dit moment voldoende is gewaarborgd. De kinderrechter zal het verzoek daarom afwijzen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 door mr.drs. W.G. de Boer, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en op schrift gesteld op 18 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.