ECLI:NL:RBDHA:2026:18865
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning verzorgende ouder
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning als verzorgende ouder van een minderjarig Nederlands kind op grond van artikel 20 VWEU Pro en het arrest Chavez-Vilchez van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 9 december 2024 afgewezen en is bij die afwijzing gebleven in het bezwaarbesluit van 23 oktober 2025.
Verzoeker heeft vervolgens beroep ingesteld en een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 april 2026 behandeld, waarbij zowel verzoeker als de gemachtigden van beide partijen aanwezig waren.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de rechtbank bij uitspraak van 5 juni 2026 (zaaknummer NL25.57198) op het beroep heeft beslist, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.