ECLI:NL:RBDHA:2026:18882
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen verlenging maatregel vreemdelingenbewaring en schadevergoeding
De rechtbank Den Haag heeft op 8 juli 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over de verlenging van een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd aan eiser op 25 november 2025. De minister had de bewaring op 20 mei 2026 verlengd met maximaal twaalf maanden. Eiser stelde beroep in tegen dit verlengingsbesluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De maatregel werd op 1 juli 2026 opgeheven.
De rechtbank beoordeelde of de maatregel tijdig was opgeheven en of de minister voldoende voortvarend had gehandeld bij de uitzetting van eiser. Uit het dossier bleek dat de minister een laatste poging had gedaan om eiser persoonlijk te presenteren aan de Gambiaanse autoriteiten, maar dat dit niet op korte termijn mogelijk was. De bewaring werd direct opgeheven toen dit duidelijk werd, waardoor de verlenging niet onnodig lang duurde.
Verder oordeelde de rechtbank dat de minister voldoende inspanningen had verricht, zoals schriftelijke rappelleringen en vertrekgesprekken, om de uitzetting te realiseren. De door eiser aangevoerde onvoldoende refoulementbeoordeling was reeds eerder beoordeeld en werd niet herzien. De rechtbank vond geen grond om de maatregel onrechtmatig te achten en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.