ECLI:NL:RBDHA:2026:18904

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 mei 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
AWB 25/15824
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning

Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM Pro. De minister heeft deze aanvraag op 3 november 2022 afgewezen en is bij het bezwaarbesluit van 29 juli 2025 bij die afwijzing gebleven.

Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de hoofdzaak op 26 februari 2026.

Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer AWB 25/15823), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/15824

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. C.J. Driessen),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. E. Sweerts).

Procesverloop

1.1
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 3 november 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 29 juli 2025 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.3
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep (met zaaknummer AWB 25/15823), op 26 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, zijn gemachtigde, T. Coric als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 25/15823, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat bij deze uitkomst geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.C. Hummel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.