Uitspraak
Beschikking op het op 24 maart 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder;
- het bericht van 29 april 2026, met bijlagen, namens de moeder;
- het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken, met bijlagen, namens de vader;
Feiten
- De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad
- Zij zijn de ouders van:
Verzoek en verweer
- het gezag van vader over [minderjarige] te schorsen;
- de bestaande zorgregeling te schorsen;
- te bepalen dat vader [minderjarige] binnen twee dagen na de ten deze te wijzen beschikking naar moeder dient terug te brengen op straffe van een dwangsom van € 250,- voor elke dag of deel daarvan dat vader daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,-;
- te bepalen dat [minderjarige] bij de moeder is van vrijdagavond 18:00 uur tot zondagavond 18:00 uur;
- in alle gevallen verzoekt moeder een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in het belang van [minderjarige] acht.
- de moeder met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten;
- te bepalen dat er geen zorgregeling is tussen vader en [minderjarige] ;
- moeder in haar verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren, althans het door moeder verzochte af te wijzen;
- [minderjarige] voortaan haar hoofdverblijf bij vader heeft;
- moeder en [minderjarige] eenmaal per veertien dagen contact hebben, althans een zorgregeling die uw rechtbank in goede justitie verneemt te behoren;
- primairhet gezamenlijk gezag van partijen over [minderjarige] te beëindigen en vader te belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] ;
- subsidiairaan vader vervangende toestemming wordt verleend om [minderjarige] in te schrijven op [schoolnaam] te [plaats] ;
- de bijdrage van vader aan moeder voor de kosten van opvoeding en verzorging voor [minderjarige] per 23 maart 2026 nihil bedraagt, althans een bijdrage en ingangsdatum die uw rechtbank in goede justitie verneemt te behoren;
- moeder te veroordelen in de proceskosten van vader;
- Welke hoofverblijfplaats is het meest in het belang van [minderjarige] ?
- Is vaststelling van een omgangsregeling met de ouder waar [minderjarige] niet bij woont in het belang van [minderjarige] ? En zo ja, welke omgangsregeling is het meest in haar belang?
- Ziet de Raad mogelijkheden voor en/of belemmeringen bij de gezamenlijke uitvoering van het gezag door de ouders? Wat is er nodig om eventuele belemmeringen op te heffen?
- Welke schoolkeuze is in het meest in het belang van [minderjarige] ?
- Dient er een vorm van hulpverlening voor [minderjarige] , dan wel voor de ouders, ingezet te worden?
- Zijn er volgens de Raad nog andere zaken van belang bij de beoordeling van de zaak?
Beslissing
voorlopige omgangsregelingtussen de moeder en de [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] , inhoudende dat [minderjarige] en de moeder eenmaal per week begeleide omgang zullen hebben op een neutrale plek, te bepalen door het omgangshuis, en waarbij deze omgang onder regie van het omgangshuis kan worden uitgebreid in duur, frequentie en locatie, indien dit in het belang van [minderjarige] wordt geacht;
tot 15 december 2026 forma.