ECLI:NL:RBDHA:2026:18969

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
C/09/701585 / FA RK 26-2672
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377e BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling na gewijzigde omstandigheden in ouderschapsplan

De moeder verzoekt de rechtbank om wijziging van de zorgregeling voor haar twee minderjarige kinderen, omdat de kinderen ouder zijn geworden en meer contact met de vader wensen. De moeder stelt dat de vader de huidige regeling niet goed naleeft en onvoldoende bijdraagt aan de zorg, waardoor zij haar eigen leven en opleiding niet kan oppakken.

De vader voert verweer en stelt dat er geen relevante wijziging van omstandigheden is en dat zijn psychische belastbaarheid en werk het niet toelaten om de zorgregeling uit te breiden. Tijdens de zitting bereiken partijen gedeeltelijke overeenstemming over een nieuwe regeling waarbij de kinderen elke zondag van 10.00 tot 19.00 uur bij de vader verblijven en de woensdagregeling komt te vervallen.

De rechtbank oordeelt dat de moeder ontvankelijk is en dat de gewijzigde omstandigheden een aanpassing van de zorgregeling rechtvaardigen. De rechtbank stelt de overeengekomen regeling vast als definitief en bepaalt daarnaast een vakantieregeling waarbij de vakanties gelijk verdeeld worden tussen de ouders. De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af en verklaart de regeling uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgregeling en stelt een nieuwe omgangs- en vakantieregeling vast waarbij de kinderen elke zondag bij de vader verblijven en de vakanties gelijk verdeeld worden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-2672
Zaaknummer: C/09/701585
Datum beschikking: 9 juni 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 16 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D. Vurdelja in 's-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Salhi in Rijswijk.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder;
  • het verweerschrift, met bijlage, namens de vader;
  • het bericht van 11 mei 2026, met bijlage, namens de moeder.
De minderjarige [de minderjarige 1] heeft in een gesprek met de rechter zijn mening over het verzoek gegeven.
Op 12 mei 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat, de vader met zijn advocaat en tolk A.S. Choukti en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd geweest van 23 december 2011 tot 29 december 2022.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats] .
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • De moeder en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit. De vader heeft de Marokkaanse nationaliteit.
  • De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 5 augustus 2022 - voor zover van belang - is de
echtscheiding tussen de ouders uitgesproken en bepaald dat het ouderschapsplan wordt
opgenomen in de beschikking. In het ouderschapsplan is overeengekomen dat de
kinderen bij de vader verblijven iedere woensdag na de school van [de minderjarige 1] en later van [de minderjarige 2] . Daarnaast zullen de kinderen een (halve) dag op de zaterdag wel de zondag bij de vader zijn, afhankelijk van het werkrooster van de vader. Ter zake van vakanties gaan de ouders per vakantie met elkaar in overleg. De vader haalt de kinderen op en brengt ze weer terug.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 7 april 2023 - voor zover van belang - is het ouderschapsplan van 27 juni 2022 in zoverre gewijzigd en is bepaald dat de kinderen bij de vader zullen zijn:
zolang de vader geen zelfstandige woning heeft gevonden
- vanaf 7 juni 2023: iedere woensdag na de peuterspeelzaal, dan wel school van de kinderen tot 18. 00 uur en gedurende een halve dag in het weekend;
- zodra de vader een zelfstandige woning heeft gevonden
- iedere dinsdagavond vanaf l 8.00 uur tot donderdagochtend naar school of de peuterspeelzaal;
- waarbij de reguliere zorgregelingen zullen doorlopen in vakanties en de vader de kinderen zal meenemen op vakantie als hij gaat.
  • Bij vonnis in kort geding van deze rechtbank van 16 november 2023 - voor zover van belang – is de vader veroordeeld tot nakoming van de zorgregeling zoals neergelegd in de beschikking van deze rechtbank van 7 april 2023, op straffe van een dwangsom van € 50,- voor iedere keer dat de vader de zorgregeling niet nakomt, tot een maximum van € 1.000,-.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 29 maart 2024 is bepaald dat de kinderen bij de vader zullen zijn:
- iedere woensdag, waarbij de vader [de minderjarige 2] zolang zij nog niet naar school gaat om 09.00 uur ophaalt bij de moeder en [de minderjarige 1] na school ophaalt bij zijn school, tot 18.00 uur, met dien verstande dat zodra [de minderjarige 2] naar school gaat de vader haar ook na school ophaalt;
- waarbij de reguliere zorgregeling zal doorlopen in vakanties en de vader de kinderen zal meenemen op vakantie als hij gaat.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt de rechtbank de zorgregeling zoals opgenomen in de beschikking van 29 maart 2024 zodanig te wijzigen en te bepalen:
  • dat [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] een weekend in de twee weken van vrijdag uit school tot zondagavond 19.00 uur bij de man verblijven, waarbij de man zorg zal dragen voor het ophalen en terugbrengen van de kinderen;
  • een verdeling van de vakanties en de feestdagen te bepalen voor ieder jaar inhoudende dat [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] bij de man zullen verblijven conform het hiernavolgende schema:
- in de meivakantie verblijven [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] de eerste week bij de man en de tweede week bij de vrouw;
- in de zomervakantie verblijven [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] de eerste drie weken bij de man en de laatste drie weken bij de vrouw;
- verder verblijven [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] de eerste week tijdens de Kerstvakantie bij de man en de tweede week bij de vrouw;
- dan wel een vakantie- en feestdagenregeling door de rechtbank nader te bepalen, waarbij [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] worden opgehaald door de man en weer teruggebracht bij de vrouw;
- een zodanige beslissing te nemen als Uw Rechtbank in goede justitie zal vermeent te behoren;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot wijziging van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling).
Wettelijk kader
De rechtbank kan op verzoek van de gezaghebbende ouders of één van hen op grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) een beslissing over een zorgregeling of een door ouders onderling getroffen zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
Ontvankelijkheid
De moeder stelt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden. De kinderen zijn allebei ouder geworden, [de minderjarige 2] is inmiddels vijf en [de minderjarige 1] twaalf jaar. De kinderen willen de vader vaker zien. Vooral [de minderjarige 1] heeft hier als opgroeiende jongen belang bij. Het is de moeder niet gelukt dit zelf onderling met de vader te regelen. Daarnaast loopt de vastgestelde zorgregeling niet naar behoren, de vader komt of niet opdagen of neemt alleen [de minderjarige 1] mee. Hierom wil de moeder de regeling op woensdag laten vervallen. Ook neemt de vader de kinderen niet mee op vakantie (zoals door de rechtbank beslist) waardoor de moeder de zorg over de kinderen tijdens de zomervakantie draagt.
De vader stelt dat bij de beschikking van deze rechtbank van 29 maart 2024 rekening is gehouden met zijn psychische belastbaarheid en beperkte mogelijkheden om voor de kinderen te zorgen. De vader stelt dat de moeder niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. Er is geen sprake van een relevante wijziging van omstandigheden. De persoonlijke en praktische omstandigheden van de man zijn sinds de eerdere beslissing ongewijzigd gebleven.
De rechtbank is gebleken dat na de vaststelling van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de beschikking van deze rechtbank van 29 maart 2024 de omstandigheden zijn gewijzigd. Immers, de kinderen zijn ouder geworden waardoor hun behoefte aan contact met de vader is veranderd. Daarnaast is het de rechtbank op de zitting gebleken dat de vastgestelde regeling niet naar behoren verloopt. De moeder zal ontvankelijk worden verklaard in haar verzoeken. De rechtbank gaat over tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek van de moeder.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder vindt dat de vader meer verantwoordelijkheid moet nemen in de verzorging en opvoeding van de kinderen. De moeder stelt dat zij haar leven wil oppakken en een opleiding wil gaan volgen. Door de verzorging van en zorgen rondom de kinderen (onder andere de taalachterstand van [de minderjarige 2] ) en afwezigheid van de man is dit eerder niet gelukt en zit zij noodgedwongen in de bijstand. De moeder vind dat er meer van de vader verwacht mag worden. Dat hij zes dagen werkt vindt zij geen excuus. Ze betwijfelt dit überhaupt gezien zijn summiere inkomen. Tijdens de voorjaarsvakantie heeft de moeder de kinderen vier dagen bij de vader gebracht. Dit verliep goed en de kinderen vonden het fijn om tijd met hun vader door te brengen. De moeder ziet geen reden waarom de kinderen niet vaker bij de vader kunnen overnachten. Zij denkt dat dit goed voor de kinderen en de band met hun vader zou zijn.
De vader stelt dat hij door zijn werk als kapper en door zijn psychische belastbaarheid geen uitvoering kan geven aan de door de moeder verzochte uitbreiding. Hij werkt voornamelijk in de weekenden. Hij heeft niet voldoende vakantiedagen om structureel voor de kinderen te zorgen gedurende de schoolvakanties. De vader wil de huidige zorgregeling op de woensdag voortzetten. De moeder heeft het contact op de woensdagen de afgelopen tijd meermaals belemmerd of gewijzigd. De vader vindt dit niet in het belang van de kinderen. De kinderen zijn meer gebaat bij een stabiele en duidelijke zorgregeling dan bij een regeling die in praktijk niet uitvoerbaar is.
De ouders hebben tijdens de zitting gedeeltelijk overeenstemming bereikt ten aanzien van de zorgregeling. Ze zijn overeengekomen dat de kinderen iedere zondag van 10.00 uur tot 19.00 uur bij de vader zullen zijn. De zorgregeling op de woensdag komt te vervallen. Voor de moeder is dit een voorlopige zorgregeling. Zij ziet dit als een opstap en wil toewerken naar een weekendregeling waarbij de kinderen eens in de twee weken van vrijdag tot en met zondag bij de vader zijn. De vader ziet dit niet als een voorlopige, maar als definitieve regeling. De vader heeft ter zitting aangegeven dat dit is wat hij aan kan. De rechtbank acht de overeengekomen zorgregeling in het belang van de kinderen en zal conform beslissen. Het rest de rechtbank nog om een beslissing te nemen over het voorlopige of definitieve karakter van de door de ouders overeengekomen regeling en over de vakantieregeling.
De rechtbank vindt een uitgebreidere omgangsregeling in het belang van de kinderen. Dat de vader dat vanwege zijn psychische belastbaarheid niet aankan kan de rechtbank niet vaststellen, omdat hij dat in het geheel niet heeft onderbouwd. Dat hij te druk met werk is vindt de rechtbank geen goede reden. De vader is immers niet alleen verantwoordelijk voor zijn werk, maar ook voor zijn kinderen. Daarnaast komt door zijn beperkte bijdrage de zorg voor de kinderen voor het overgrote deel op de schouders van de vrouw terecht. Toch zal de rechtbank de overeengekomen regeling als definitieve zorgregeling vaststellen. Het is namelijk ook in het belang van de kinderen dat de zorgregeling tussen hen en de vader consistent wordt nagekomen. Gezien het verleden heeft de rechtbank er geen vertrouwen in dat de vader een uitgebreidere wekelijkse zorgregeling zal nakomen.
De rechtbank verwacht echter wel van de vader dat hij gedurende de vakantie een deel van de verzorging van de kinderen op zich neemt. Het uitgangspunt is dat de vakanties bij helfte worden verdeelt. Het is in het belang van de kinderen dat zij hun vader gedurende langere periodes zien. Daarnaast geeft dit de moeder enige rust, wat uiteindelijk ook in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] is. De vader heeft – naast zijn psychische belastbaarheid - aangevoerd dat zijn werk het niet toelaat om in de vakanties een bijdrage aan de zorg voor de kinderen te leveren. De rechtbank oordeelt dat het tot de ouderlijke verantwoordelijk van de vader behoort om met zijn werkgever afspraken te maken of in zijn netwerk andere opvang voor de kinderen te vinden. Tot slot voert de vader aan dat zijn huis te klein is. De rechtbank oordeelt hierover dat beperkte woonruimte niet in de weg staat aan de verzorging van de kinderen gedurende de helft van de vakanties. Immers ook eerder hebben de kinderen gedurende de vakantie bij de vader overnacht.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 29 maart 2024 – :
*
bepaalt dat de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats] ;
bij de vader zullen zijn elke zondag van 10.00 uur tot 19.00 uur;
*
bepaalt dat een vakantieregeling zal gelden tussen de ouders, inhoudende dat:
  • in de meivakantie verblijven [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] de eerste week bij de man en de tweede week bij de vrouw;
  • in de zomervakantie verblijven [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] de eerste drie weken bij de man en de laatste drie weken bij de vrouw;
  • verder verblijven [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] de eerste week tijdens de Kerstvakantie bij de man en de tweede week bij de vrouw;
*
verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 9 juni 2026.