ECLI:NL:RBDHA:2026:18977
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gezamenlijk gezag en ontzegging omgang vader met minderjarige
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind en een omgangsregeling. Na een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming waarin werd vastgesteld dat het kind ernstige bezwaren heeft tegen omgang met de vader en dat omgang schadelijk is voor haar ontwikkeling, besloot de rechtbank zonder mondelinge behandeling.
Uit het raadsrapport bleek dat het kind getuige was geweest van geweldsincidenten tussen de ouders en sindsdien angst en stress ervaart bij omgang met de vader. De moeder steunde het rapport en het verzoek van de vader werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat het belang van het kind voorop staat en dat omgang met de vader op dit moment niet verantwoord is.
Ook het verzoek tot gezamenlijk gezag werd afgewezen vanwege de verstoorde communicatie tussen ouders en het feit dat de vader onvoldoende zicht heeft op de behoeften van het kind. De rechtbank benadrukte dat gezamenlijk gezag alleen in het belang van het kind is als ouders in staat zijn tot goede samenwerking, wat hier niet het geval is.
De beschikking ontzegt de vader het recht op omgang zonder termijn, met de mogelijkheid tot hernieuwd verzoek na een jaar of bij gewijzigde omstandigheden. De kosten worden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Verzoek tot gezamenlijk gezag afgewezen en vader ontzegd het recht op omgang met de minderjarige.