ECLI:NL:RBDHA:2026:19003

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
C/09/701990 / JE RK 26-487
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c lid 2 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige bij oma

De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 9 juni 2026 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij haar oma. De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van zes maanden, waarvan vier maanden werden toegewezen. De minderjarige verblijft sinds 2019 bij haar oma, die als pleegouder is geaccepteerd en ondersteuning ontvangt van een pleegzorgbegeleider.

De minderjarige heeft sinds 2023 geen contact met haar vader en moeizaam contact met haar moeder, die meer contact wenst maar waar de minderjarige geen behoefte aan heeft. De minderjarige staat niet open voor therapie gericht op haar traumatische ervaringen. De oma biedt veiligheid, stabiliteit en een goede schoolomgeving. De jeugdbeschermers werken aan veiligheidsplannen en stimuleren contact en hulpverlening.

De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en dat verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk is. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij haar oma voor vier maanden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/701990 / JE RK 26-487
Datum uitspraak: 9 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1],
advocaat: mr. M.F.B. Hersman uit Amsterdam,
[de oma],
grootmoeder van vaderszijde,
hierna te noemen: de oma,
wonende in [woonplaats 2].

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Bij beschikking van 13 april 2026 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 25 juni 2026 en voor dezelfde duur de machtiging verlengd om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg (bij oma). Het verzoek is voor het overige aangehouden.
1.2.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 13 april 2026 en de daarin genoemde stukken.
1.3.
Op 9 juni 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat en bijgestaan door een telefonische tolk Portugees;
  • de oma;
  • [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling;
  • [naam 3], pleegzorgbegeleider als toehoorder.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een brief gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 13 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van zes maanden. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Het aangehouden deel van het verzoek strekt tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van vier maanden.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. In oktober 2025 heeft Jeugdformaat geadviseerd een coach voor [minderjarige] in te zetten om haar zo te begeleiden rondom sociale contacten en/of online weerbaarheid. Het is nog niet gelukt om deze hulpverlening in te zetten. [minderjarige] staat niet open voor een behandeling gericht op haar traumatische ervaringen. Daarnaast loopt het contact tussen [minderjarige] en de moeder moeizaam. [minderjarige] heeft geen behoefte aan meer of intensiever contact met de moeder en ervaart druk vanuit de moeder om vaker af te spreken. Bij de oma wordt [minderjarige] op dit moment veiligheid en stabiliteit geboden. Ook doet zij het goed op school en neemt zij deel aan sociale activiteiten buiten school. Oma is in oktober 2025 voor de duur van een jaar geaccepteerd als pleegouder. De oma ontvangt iedere twee weken hulp vanuit de pleegzorgbegeleider, die haar onder andere ondersteunt met handvatten rondom het trauma sensitieve opvoeden. De oma staat hiervoor open. Door het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer zijn er een aantal dingen uit de pleegzorgscreening enige tijd blijven liggen. De jeugdbeschermers zijn bezig geweest met het maken van een acuut veiligheidsplan en een veiligheidsplan voor de lange termijn voor het geval de oma niet meer in staat is om voor [minderjarige] te zorgen. [minderjarige] zou zelf graag bij haar oom [naam 4] in [land] willen wonen, maar de moeder geeft hier geen toestemming voor. De jeugdbeschermers hebben wel al vooronderzoek gedaan naar deze mogelijkheid. Er heeft een netwerkberaad plaatsgevonden waarin verschillende mogelijkheden zijn besproken. De jeugdbeschermer heeft al wel een kennismakingsgesprek gehad met [minderjarige], maar nog niet met haar over de veiligheidsplannen kunnen spreken. De jeugdbeschermers zullen [minderjarige] blijven stimuleren voor contact met haar moeder en hulpverlening.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de moeder is ingestemd met het verzochte. De moeder vindt het goed dat [minderjarige] bij oma woont. Gelet op de woonsituatie van moeder is het niet mogelijk dat [minderjarige] bij haar woont. De moeder wil wel heel graag meer contact met [minderjarige] en samen dingen doen. Hoe langer deze situatie voortduurt, hoe verder zij uit elkaar raken. Zij stuurt [minderjarige] berichten, maar heeft hier na haar vakantie geen antwoord op gekregen. De moeder wil hulp bij het verbeteren van het contact met [minderjarige], omdat dit haar zelf niet is gelukt. De moeder vindt het heel belangrijk dat [minderjarige] therapie krijgt en dankt dat meer werk verricht moet worden om haar hiervoor te motiveren. De moeder verzet zich sterk tegen het verblijven van [minderjarige] bij oom [naam 4] in [land], mocht oma niet meer voor [minderjarige] kunnen zorgen. De moeder vindt het belangrijk dat [minderjarige] in Nederland blijft, waar haar moeder en broertje zijn.
4.2.
De oma staat achter het verzoek. Op school gaat het goed met [minderjarige] en zij onderneemt zelfstandig dingen met vriendinnen in de buurt. Het contact tussen [minderjarige] en de moeder is al heel lang niet goed. [minderjarige] heeft het gevoel dat zij niet bestaat voor de moeder. [minderjarige] staat niet open voor therapie en behandeling, omdat zij ‘gewoon’ wil zijn. Het lukt de oma niet om haar te motiveren. De oma vindt het fijn dat er nu plannen worden gemaakt voor als zij later niet meer in staat zou zijn om voor [minderjarige] te zorgen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige] heeft sinds 2023 geen contact meer met haar vader en zij heeft moeizaam contact met haar moeder. [minderjarige] voelt zich niet gezien door haar moeder, maar de moeder zou juist meer contact willen. Het is belangrijk dat [minderjarige] hulpverlening krijgt voor het verwerken van eventuele traumatische gebeurtenissen en een coach zou helpend kunnen zijn rondom sociale contacten en/of online weerbaarheid. Positief is dat [minderjarige] het naar haar zin heeft bij haar oma, daar de benodigde structuur en nabijheid krijgt en dat zij het goed doet op school. Het is noodzakelijk dat de jeugdbeschermers de komende maanden betrokken blijven om met alle betrokkenen een lange termijnplan te maken, mocht oma niet meer voor [minderjarige] kunnen zorgen. Het is daarnaast belangrijk dat de jeugdbeschermers een vertrouwensband met [minderjarige] opbouwen en zij proberen om haar te motiveren voor contact met haar moeder en hulpverlening. Mogelijk kan oom [naam 4] hierbij ook een rol vervullen.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van vier maanden.
5.4.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] [minderjarige] verblijft sinds 2019 volledig bij haar oma en voelt zich hier op haar gemak. Gelet op de verstandhouding met haar moeder is het noodzakelijk en in het belang van [minderjarige] dat zij de komende periode bij haar oma kan blijven wonen. De hoop is dat oma nog zo lang mogelijk voor [minderjarige] kan blijven zorgen, maar [minderjarige] heeft ook behoefte aan duidelijkheid over waar zij gaat wonen als oma dit niet meer kan. Het is goed dat de jeugdbeschermers en alle betrokkenen hier momenteel naar kijken en de kinderrechter acht het in het belang van [minderjarige] dat haar zo snel mogelijk duidelijkheid hierover kan worden gegeven.
5.5.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 25 oktober 2026;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 25 oktober 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 16 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.