ECLI:NL:RBDHA:2026:19048
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, diende op 17 december 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac bleek dat zij op 18 september 2025 al een verzoek om internationale bescherming in België had ingediend. Nederland verzocht België om terugname op grond van de Dublinverordening, waarmee België instemde.
De minister nam de aanvraag van eiseres niet in behandeling omdat België verantwoordelijk werd geacht. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit, maar vermeldde geen gronden in haar beroepschrift. De rechtbank gaf haar de mogelijkheid om deze alsnog in te dienen, maar hier werd geen gebruik van gemaakt. De gemachtigde gaf aan geen contact meer te hebben met eiseres en er is geen andere gemachtigde aangewezen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van gronden en het niet tijdig herstellen van dit verzuim. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen, zoals een schending van artikel 3 EVRM Pro bij gedwongen overdracht. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en er volgt geen inhoudelijke beoordeling van het beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.