ECLI:NL:RBDHA:2026:19049
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling uit Mozambique ongegrond verklaard
De minister van Asiel en Migratie legde op 1 mei 2026 een maatregel van bewaring op aan eiser, een vreemdeling uit Mozambique. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had de maatregel eerder getoetst en oordeelde dat deze tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was.
In de huidige beoordeling richt de rechtbank zich op de periode na het sluiten van het eerdere onderzoek. Eiser stelde dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering bestaat en dat de minister onvoldoende voortvarend is in het uitzettingsproces. De rechtbank oordeelt echter dat er wel degelijk zicht is op uitzetting, mede omdat de Mozambikaanse autoriteiten geen signalen hebben gegeven dat zij geen laissez passer zullen verstrekken en omdat gedwongen uitzetting naar Mozambique mogelijk is volgens de Dienst Terugkeer & Vertrek.
Verder blijkt uit het dossier dat de minister op 4 en 26 juni 2026 contact heeft gehad met de Mozambikaanse autoriteiten en dat er meerdere vertrekgesprekken met eiser hebben plaatsgevonden. Dit wordt als voldoende voortvarend beschouwd. Eiser heeft geen concrete pogingen gedaan om zijn identiteit of nationaliteit aan te tonen. De rechtbank ziet geen bijzondere omstandigheden die andere handelingen van de minister vereisen.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring rechtmatig is en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.