ECLI:NL:RBDHA:2026:19082

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
NL25.47719
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag nareis asiel wegens mogelijke polygamie en twijfel over echtscheiding

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor nareis asiel voor zijn vader, moeder en zichzelf. De minister heeft de aanvraag afgewezen voor eiser omdat niet is aangetoond dat het huwelijk tussen zijn vader (referent) en zijn tweede vrouw, de moeder van eiser, is beëindigd. De minister stelt dat inwilliging van de aanvraag kan leiden tot een polygame situatie, wat niet is toegestaan.

De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de echtscheidingsakte die eiser overlegt onvoldoende bewijs levert voor de beëindiging van het huwelijk. De akte is weliswaar technisch beoordeeld als echt, maar er is geen zekerheid over de afgifte en inhoud, mede omdat de akte pas na de scheiding is opgemaakt en niet strookt met de verklaringen van de betrokkenen.

Eiser heeft ook aangevoerd dat de minister ten onrechte heeft afgezien van het horen in de bezwaarfase, maar de rechtbank stelt dat dit niet tot een andere conclusie zou leiden. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser geen nareis-vergunning krijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de nareis asiel aanvraag is ongegrond verklaard omdat het huwelijk niet aannemelijk is beëindigd en een polygame situatie mogelijk blijft.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.47719

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. G.J. Dijkman),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. J. Becker).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag ‘nareis asiel’ van eiser. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Zo voert eiser aan dat hij aannemelijk heeft gemaakt dat het huwelijk tussen zijn vader en moeder is beëindigd en dat geen sprake is van een polygame situatie. En hij voert aan dat de minister ten onrechte heeft afgezien van het horen in de bezwaarfase. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister terecht de aanvraag heeft afgewezen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn ouders zijn gescheiden en er geen sprake is van een polygame situatie. Verder heeft de minister mogen afzien van het horen in de bezwaarfase. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2. staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3. staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. Onder 4. staat de reden van de afwijzing van de aanvraag. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 5. Daarbij gaat de rechtbank in op de gronden zoals hiervoor vermeld. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor ‘nareis asiel’. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 11 februari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 4 september 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 23 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de vader van eiser (referent), de gemachtigde van eiser, G. Arshak als tolk en de gemachtigde van de minister.

Feiten

Aanleiding voor het besluit
3. Referent komt uit Jemen. Hij verblijft in Nederland op basis van een asielvergunning. Hij heeft drie kinderen. Twee kinderen met zijn eerste echtgenote én een kind met zijn tweede echtgenote. Referent wil zijn kinderen en zijn eerste echtgenote naar Nederland halen Hij heeft voor hen een aanvraag ‘nareis asiel’ ingediend. De aanvraag is alleen afgewezen voor het kind dat hij met zijn tweede echtgenote heeft, eiser.
Het bestreden besluit
4. De minister heeft de aanvraag voor eiser afgewezen, omdat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van de aangevraagde vergunning. Het is niet aannemelijk gemaakt dat referent is gescheiden van zijn tweede vrouw en moeder van eiser, [naam] . Zij is de achterblijvende ouder van eiser. Volgens de minister leidt de inwilliging van de aanvraag mogelijk tot een polygamie situatie. Een dergelijke situatie staat de Nederlandse overheid niet toe.

Beoordeling door de rechtbank

Is aannemelijk gemaakt dat het huwelijk tussen referent en [naam] is beëindigd?
5. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat niet aannemelijk is gemaakt dat het huwelijk tussen referent en [naam] is beëindigd. Daarvoor is het volgende van belang.
5.1.
Eiser heeft geen gronden aangevoerd tegen het standpunt van de minister dat referent en [naam] tegenstrijdige verklaringen hebben gegeven over de relatie en de gestelde scheiding, het samenwonen na de gestelde scheiding, wie feitelijk zorg draagt voor eiser en waar eiser verbleef sinds de gestelde scheiding. Dit staat dan ook vast.
5.2.
Verder heeft de minister aan de door eiser overgelegde echtscheidingsakte niet de waarde hoeven toekennen die eiser daaraan toekent. De minister heeft de echtscheidingsakte laten onderzoeken door Bureau Documenten. Bureau Documenten heeft positief geconcludeerd over de echtheid van het documenten. Dit betekent -zoals in het bestreden besluit staat- dat de echtscheidingsakte voldoet aan de technische eisen van dit specifieke document. Over de opmaak en afgifte én de inhoud van de echtscheidingsakte kan Bureau Documenten geen uitspraak doen. Dat de echtscheidingsakte ‘echt’ is bevonden, betekent niet per definitie dat het door een daartoe bevoegde instantie is afgegeven en opgemaakt én dat van de juistheid van de inhoud van de akte kan worden uitgegaan. Dit heeft de minister voldoende gemotiveerd uitgelegd in het bestreden besluit. De echtscheidingsakte maakt de beëindiging van het huwelijk tussen referent en [naam] dan ook niet aannemelijk. Dit te meer nu de akte tardief is opgemaakt en de inhoud van deze akte niet strookt met de verklaringen. Uit de akte volgt dat referent en de moeder van eiser nog waren getrouwd toen de nareis aanvraag al was ingediend. Dit terwijl de moeder van eiser - [naam] - heeft verklaard dat zij daarvoor al waren gescheiden. Dat eiser stelt dat van de juistheid van de inhoud van de akte moet worden uitgegaan en het aan de minister is om aannemelijk te maken dat dit niet zo is, volgt de rechtbank niet.
5.3.
Eiser voert nog aan dat [naam] opnieuw zou zijn getrouwd. Dat volgt de rechtbank niet. Eiser heeft hiervoor een kopie van een vertaling van een huwelijksakte ingediend. Dit stuk valt niet te controleren zonder de originele akte. Die heeft eiser niet overgelegd. De stelling dat vrouwen in Jemen alleen opnieuw kunnen trouwen als zij zijn gescheiden, behoeft geen bespreking nu niet kan worden uitgegaan van een nieuw huwelijk.
Heeft de minister mogen afzien van het horen in de bezwaarfase?
6. De rechtbank is van oordeel dat de minister heeft mogen afzien van het horen in bezwaar. Anders dan eiser stelt, heeft de minister in het bestreden besluit geen aanvullende argumentatie gegeven over de echtscheidingsakte. De minister heeft de echtscheidingsakte betrokken bij de beoordeling van het primaire besluit van 11 februari 2025. In het primaire besluit heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de akte als positief is beoordeeld, maar dat het onvoldoende is om aan te nemen dat het huwelijk tussen referent en [naam] is beëindigd, nu de akte tardief is opgesteld en de inhoud ervan niet strookt met de (tegenstrijdige) verklaringen. Dit wijkt niet af van de conclusie in het bestreden besluit. In het bestreden besluit is alleen nader uitgelegd wat de beoordeling door Bureau Documenten precies inhoudt (‘echt’ maar geen uitspraak over de inhoud en opmaak/afgifte). Het valt niet in te zien dat, gelet op wat hiervoor over de echtscheidingsakte is geoordeeld in combinatie met de verklaringen, het horen van referent in bezwaar hierover tot een andere conclusie zou leiden.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen nareis-vergunning krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 8 juli 2026
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.